Prix: 2de prijs

Woning en Atelier VERBIEST

Het gaat om een oude opslagplaats die zich in een klein, zeer dicht bebouwd huizenblok bevindt. Het project omvatte gerichte afbraakwerken om buitenruimte, tuinen en terrassen te creëren, zodat er meer ademruimte vrijkwam in het midden van het huizenblok. De grote blinde muren werden vervangen door een gevarieerd en luchtig landschap. De weelderige vegetatie die tegen de muren op klom, werd gevaloriseerd en aangevuld.

Het project omvat een woning en een kunstenaarsatelier dat vooral voor het maken van keramiek bedoeld is. Verscheidene Brusselse keramiekkunstenaars zullen het atelier delen. Een van hen is Evelia Macal die met haar gezin op de bovenverdiepingen woont. Het project vernieuwde het hart van het huizenblok en gaf het opnieuw lucht. Het vestigde er een zachte activiteit die verenigbaar is met de woningen en verankerde een artisanale en creatieve activiteit in een stedelijke omgeving.

Een gedeelte van het dak werd vervangen door een serre zoals in de landbouw wordt gebruikt. Het is de bedoeling om er allerlei gewassen in te telen (fruit, enz.). Ook de tuinen met onder meer munt en verschillende fruitbomen zijn in hoofdzaak productief.

Twee belangrijke pijlers van het architecturale project verankerden de ecologische benadering.

In de eerste plaats werden beton en samengestelde materialen zoveel mogelijk gebannen. Zo werden de betonnen structuren, die te zwak waren, verstevigd met houten structuren die tegelijk als afwerking dienen (houten kolommen, houten vloerplaten die ter plaatse werden gemaakt van naast elkaar geplaatste vloerbalken). Voor de isolatie werd gebruikgemaakt van hennepblokken (Isohemp), die in België worden gemaakt, en hennepwol. Verder werd leempleister gebruikt waarvoor het basismateriaal op Brusselse bouwplaatsen werd gerecupereerd (BC Materials). De stalen relingen en de marmerelementen tot slot werden gerecupereerd op een andere bouwplaats van het architectenbureau AgwA (Palais des Expositions in Charleroi). Voor de kozijnen, die veelal door de bestaande constructies worden beschermd, werd naaldhout gekozen (douglas) om het gebruik van exotische houtsoorten te vermijden. Op die manier werden het gebruik van cement, staal en minerale of synthetische isolatiematerialen alsook de aanvoer van energieverslindende nieuwe materialen sterk beperkt. De architectuur werd op die manier verrijkt met onverwachte details en ruimten.

Ten tweede werd getracht om de verwarmde oppervlakken te beperken in functie van hun gebruik dat naargelang van de seizoenen kan variëren, terwijl ook zoveel mogelijk constructies werden behouden om de hoeveelheid af te voeren puin te beperken. Het oorspronkelijke gebouw had een nuttige oppervlakte van zo’n 1000 m². Voor het project werd slechts één woning aanvaard. Het was in het kader van het project niet meer mogelijk om de bebouwde en de niet-bebouwde oppervlakken van elkaar te onderscheiden. Zo ontvouwt de tuin vooraan zich onder de oude betonliggers in de koetsgang aan de straatkant (ongeveer 200 m²). De woning en het atelier zijn twee kleine verwarmde eenheden in het gebouw (ongeveer 220 m²). Ze beschikken allebei over een grote niet-verwarmde ruimte die tijdens de zomermaanden een uitbreiding vormt (ongeveer 180 m²). Het atelier komt uit op een overdekt terras en een tuin met daarin de ovens en de voorraden (en de kippen!) (ongeveer 120 m²). De woning heeft een terras dat afgebakend is door de oude gevels die een scherm vormen om de privacy van de omwonenden te beschermen (ongeveer 60 m²). De landbouwserre is een semi-buitenruimte bovenop de woning: het warmteverlies van de woning wordt er benut (ongeveer 80 m²).

Onbenutte zolder wordt passieve duplex-dakwoning

Meerwaarde van het gebouw voor de omgeving :

01. De dakwoning benut een restruimte in de stad. Een onbenutte zolder wordt bouwgrond.

02. De houten constructie vervolledigt de parkwand en speelt in op de horizontale belijning en de kleuren van het metselwerk in omringende gevels.

03. De woning is met hout gebouwd, een hernieuwbare grondstof.

04. De woning zorgt ervoor dat een uitbreidend gezin zijn plek vindt in de stad en niet zoals zo vaak het geval is de stad verlaat. Grote terrassen met verschillende zichten, belichting, privacy, met ander karakter, zorgen voor voldoende buitenruimte aan de woning en kan een alternatief bieden voor de tuin op het platteland. De woning bezit een groot zuiderterras, maar ook een ontbijtterras en een verpozingsterras, telkens met andere zichten op de stad.

05. De woning is goed bereikbaar met openbaar vervoer, autobezit is niet nodig.

06. De ruimte, het licht en het zicht zorgen voor een aangename woning. Daarnaast zorgen de lichte wanden binnenin dat de woning ook later nog aanpasbaar is en haar bewoners kan overleven. Het zuiderlicht komt tot in het hart van de woning via de trap en de vide.

07. De woning is een passiefwoning en heeft beperkte energie nodig(luchtdicht, 3-dubbel glas, degelijke isolatie, beperking opwarming, ventilatiesysteem D met zeer hoog rendement). Fotovoltaïsche cellen op het dak leveren elektriciteit.  De zonneboiler zorgt voor warm water. Zonwerende beglazing en een zonneluifel beperken de opwarming van de woning.

08. De woning verdicht het woonweefsel in de stad.

09. De woning heeft karakter en stimuleert haar omgeving.

Integratie en geschiktheid van het gebouw in sociale, milieu, landschappelijke en economische context :

01. zie a.02. De verbouwing kan stimulerend werken voor het opwaarderen van de wijk.

02 zie a.03. De materialen werden merendeels gekozen op basis van hun score op de levenscyclusanalyse (NIBE classificatie)

03. zie a.04 en a.07

04. De woning richt zich op de stedelijke zichten en context, heeft een verregaande relatie met de stad. Zien en gezien worden, zowel bij open als gesloten ramen, zonder dat het ten koste gaat van de privacy (o.a. door de hoogte).  Dit verhoogt het sociale weefsel in de stad.

05. Er werd intens overleg gepleegd met de bouwheer, de  stedenbouwkundige diensten en de brandweer. Het overleg vormde een katalyserend proces dat tot het huidige ontwerp heeft geleid.

Optimalisatie van de beschikbare bouwoppervlakte in overeenstemming met de stedenbouwkundige regels :

01. De bouwhoogte was beperkt tot de hoogte van de opening in de parkwand. In overleg met stedenbouw van de stad en het gewest konden we de bouwlagen genoeg hoogte geven (2m50)en konden we de woning extra ruim laten aanvoelen door balklagen waar mogelijk zichtbaar te houden (waar geen brandvereisten van toepassing zijn), uitzicht te bieden (ondanks de passiefwoning), en beide bouwlagen ruimtelijk met elkaar te betrekken.

02. De bestaande trappenhal die de zolder bediende, vormt de toegang tot de woning. Om geen ruimte te verliezen wordt de interne trap boven de bestaande trappen ingeplant.

03. De opstanden naar het zuiderterras zijn ingericht als kasten.

04. De ruimten tussen de schoorstenen van de ondergelegen appartementen worden benut als kasten.

05. Een wand loodrecht op de gevel herbergt alle gesloten functies: een badkamer, een toilet,  een technische berging en een maximaal benutte bergruimte dankzij ingebouwde apothekerskasten. 06. Niet alles is volgebouwd, er werd bewust gekozen om voldoende gevarieerde buitenruimte te bouwen aan de woning. Zo verandert de beleving van de woning naargelang het seizoen en het buitenklimaat.

Huis19

De oude stallen van het ‘Hof Ten Broecke’ in Afsnee werden jarenlang verwaarloosd door de vorige eigenaar en vervielen zo tot ruïne. Het dak van de stallen viel in en binnen de muren kregen planten vrij spel, de muren begonnen af te brokkelen en het houten schrijnwerk verdween stilaan.

Deze stallen sluiten aan bij de reeds gerestaureerde L-vormige hoeve waarin de familie Sapyn woont. Van zodra de kans zich aanbood, kochten zij het pand met de intentie hier twee polyvalente vakantiewoningen in te voorzien en het hof opnieuw in ere te herstellen en de samenhang tussen de gebouwen terug te brengen.

Aangezien het hof deel uitmaakt van een beschermd dorpsgezicht diende onderzocht te worden hoe deze nieuwe functie ingepast kon worden in het straatbeeld. Er werd beslist dat de contextuele referentie niet het kopiëren van de bestaande typologie kon zijn.

Gezien de jarenlange ruïneuze toestand van het gebouw, was het niet de oorspronkelijke vorm van de oude schuur die deel werd van het collectief geheugen van Afsnee maar wel de overgebleven ruïne ervan.

Daarom werd het nieuwe volume geen kopie van wat er ooit was, maar wel een keuze in materiaal en vorm die de ruïne benadrukt.

Vertrekkend van de ruïne als deel van het collectief geheugen en de vraag naar een coherent geheel werd de ruïne gefixeerd in haar toestand. Binnen de muren van de ruïne vindt het nieuwbouwgedeelte zijn plaats met een transparant gelijkvloers en een gesloten aandoende verdieping. Op beide verdiepingen wordt een vakantiewoning voorzien elk met hun respectievelijke sfeer.

Waar op het gelijkvloers de vakantiewoning door de enorme glaspartijen vooral contact zoekt met de binnenzijde van de ruïne, worden op verdieping zeer gerichte gevelopeningen gemaakt richting de omgeving.

Er ontstaat een dialoog tussen oud en nieuw die de ruïne opnieuw tot een kwaliteit maakt in plaats van een schandplek in Afsnee. Tussen het volume en de bestaande muren ontstaan er op het gelijkvloers verschillende tuinkamers met elk hun eigen sfeer. Op deze manier wordt de beschikbare bouwoppervlakte optimaal gebruikt zonder de relatie met de context te verliezen.

De indeling van beide verdiepingen werd zodanig bedacht dat er een polyvalent gebruik mogelijk is. Zo kunnen de ruimtes verhuurd worden als vakantiewoningen maar ook gebruikt worden als vergaderruimte, showroom en zelfs als (huiskamer)concertruimte.

Fiets- en voetgangersbrug

De bouw van de “Passerelle Vivegnis” maakt deel uit van het masterplan en actieprogramma voor de Nord/Saint-Léonard wijk, die sinds 1995 door het Waalse Gewest is aangewezen als ZIP-QI (zone d’initiatives privilégiées – initiatiefwijk).

Dit stadsproces wordt geïnitieerd door de stad Luik in een geïntegreerde en participatieve operationele aanpak, rond een projectmanager, een Regie voor de wijk en een Commissie voor Stadsvernieuwing (Commission de Rénovation urbaine – CRU). Die bestaat uit mandatarissen uit de overheid, vertegenwoordigers van de wijkcomités en bewoners.

Binnen het Masterplan, dat in 1997 werd voltooid door het kantoor AURAL, werd vervolgens een gedetailleerde studie van de Vivegnis-site uitgevoerd door het kantoor Pluris, dat een reeks doelstellingen verfijnde en op basis waarvan in 2004 een ideeënwedstrijd werd gelanceerd voor vier openbare projecten: een appartementsgebouw, waarvan het gelijkvloers nu de plaatselijke bibliotheek is, een incubatiecentrum voor startups, openbare ruimtes (hoofdplein en pleintje) en de voetgangersbrug. De uitvoering van deze projecten zal een domino-effect hebben op andere operaties, zowel openbare als private.

De projecten hebben aanleiding gegeven tot ontmoetingen en uitwisselingen met de bewoners om zoveel mogelijk hun betrokkenheid en de toe-eigening van de plek te stimuleren. De Place Vivegnis is ontworpen als een ruimte op de schaal van de wijk, voor bewoners en buren, maar ook voor wandelaars die op zoek zijn naar groen en die de loopbrug naar de Coteaux-wandelpaden zullen gebruiken, en voor degenen die via de loopbrug in de wijk terecht zullen komen.

De belangrijkste bedoeling was om de configuratie van het plein te versterken. Daar gaapt sinds het verdwijnen van het station een gapend gat. Het plein moet zowel een grens als een filter vormen tussen de stad en de heuvel, waardoor een afgemeten maar betekenisvol object ontstaat dat de synthese zou moeten zijn van een inhoud en zijn omhulsel.

Dit leidde tot het formuleren van een sequentie in drie stappen: een betonnen funderingselement op het plein, een houten klimelement en een stalen oversteekelement over de treinsporen.

De prismavormige houten structuur bevat in de periferie de schuine opritten en bordessen. In de centrale overspanning bevinden zich de “stabiliteitskernen” van de constructie, evenals de trappen die een kortere weg vormen, waardoor een verscheidenheid aan routes mogelijk is, afhankelijk van stemmingen, noodsituaties en verplaatsingsmiddelen. Bovenaan biedt een open plek een geprivilegieerd uitzicht op het plein en de wijk. Het is een van de steunpunten van de horizontale loopbrug die de spoorweg overspant tot aan de voormalige keermuur van het eerste grasplateau van de Coteaux, ongeveer 9 meter hoger gelegen dan de Place Vivegnis. Van daaruit leidt een nieuwe verbinding naar de Macors impasse in de richting van Herstal. Tijdens de klim en de afdaling wordt de wandelaar in scène gezet, in een relatie tussen het statische en het mobiele, tussen de waarnemer en de waargenomene.

De bedoeling was om een “klimmende” ruimte te creëren, die vervat zit in een goed bevestigd, statisch volume (massief, sterk, aanwezig!), met een eigen bestaan, een eigen taal, met een ingang en een uitgang, als een soort sas tussen het plein en de voetgangersbrug die naar de Coteaux leidt.

Projet Perle

Meerwaarde van het gebouw voor de omgeving

De realisatie van het project maakt deel uit van het wijkcontract “Cinema – Belle Vue”, deel 2 en is gelegen in de gemeente Molenbeek. Het project omvat de bouw van een appartementsblok met 17 passiefwoningen die via een sociaal verhuurkantoor zullen verhuurd worden aan gezinnen met een bescheiden inkomen, en een gemeenschappelijke ruimte. Het perceel is gelegen op de hoek van de Parelstraat en de Cinemastraat in 1080 Sint-Jans-Molenbeek. Het programma wordt voornamelijk gedreven door de groeiende vraag naar sociale woningen voor grote gezinnen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Integratie en geschiktheid van het gebouw in sociale, milieu, landschappelijke en economische context

De ingang van het gebouw bevindt zich aan de kant van de Parelstraat en profiteert van de vrijgemaakte ruimte in de Waterpasstraat om zijn zichtbaarheid te verhogen. Hij is volledig opengewerkt naar buiten toe en is beschermd tegen de wind. Hij is verlicht op een natuurlijke manier en geeft een vogelperspectief op de gemeenschappelijke tuin. De openbare ruimte lijkt verder te lopen in de semi-private ruimte van het woonproject.

De ingang van de woningen op het gelijkvloers werd aan de tuinzijde gebouwd. Deze buitenruimte werd voorzien van banken, er werd lage beplanting tegen de achtergevel geplaatst, er zijn struiken en er is een overdekte en beveiligde fietsenstalling. De gemeenschappelijke ruimte op het gelijkvloers beschikt over een bergruimte voor kinderwagens en fietsen, en is direct toegankelijk vanaf de ingang. De circulatiezones en toegangen tot de appartementen zijn zodanig gedimensioneerd dat ze gezelligheid creëren.

Optimalisatie van de beschikbare bouwoppervlakte in overeenstemming met de stedenbouwkundige regels

Afhankelijk van het aantal slaapkamers werd de netto-woonoppervlakte van de woonkamers, eetkamers en keukens verhoogd ten opzichte van de minimale vereisten. De circulatiezones in de wooneenheden werden geoptimaliseerd zodat meer ruimte kon behouden worden voor de leefruimtes, en dan vooral voor de living waar het hele gezin comfortabel samen moet kunnen zijn. (zie plattegrond)