Prix: Niet-gerangschikt

Agentschap van de Solidaris-samenwerking in Verviers

Meerwaarde van het gebouw voor de omgeving:

Het door ons ontworpen gebouw beantwoordt aan bijzondere omgevingsvereisten. De uitvoering van het project duurde zeven maanden dankzij de prefabricage van de structuurelementen in de fabriek. Het monteren van alle vloerplaten en draagmuren was op vier weken klaar, en dat voor een gebouw van vier verdiepingen. De overlast door het beslag op de openbare ruimte werd tot het absolute minimum beperkt. We kozen er al snel voor om de structuur van het gebouw in hout te ontwerpen. Vanuit het oogpunt van het milieu is CLT een oplossing voor de toekomst. Deze keuze biedt een dubbel voordeel: de snelheid van uitvoering en het comfort van de bewoners door de geringe thermische inertie van het gebouw waarvoor het gebruik van hout van het type CLT zorgt. Dit op zich al zeer goed isolerende materiaal vult het geplaatste isolerende complex perfect aan en biedt tegelijk een interessante structurele performantie voor de hoogte van het gebouw dat wij ontwierpen. Zo maken we gebruik van twee kenmerken van eenzelfde materiaal. Voor het milieu zijn er alleen maar voordelen. Er werd weinig gebruikgemaakt van gewapend beton en betonblokken met het oog op een optimale efficiëntie op het vlak van de koolstofbalans van het gebouw in zijn geheel. Dit zijn de meest zichtbare aspecten die een belangrijke impact hebben op de omgeving, zowel tijdens de bouw als bij het dagelijks gebruik van het gebouw.

Integratie en geschiktheid van het gebouw in sociale, milieu, landschappelijke en economische context:

De sociale context van het stadscentrum van Verviers vereiste een verdichting van het commercieel weefsel en de tertiaire sector. De bouwheer, het ziekenfonds Solidaris, die op een locatie tegenover het nieuwe door ons ontworpen gebouw gevestigd was, wenste in het centrum van de stad te blijven om actief bij te dragen tot de passage van voetgangers in de omgeving.

Optimalisatie van de beschikbare bouwoppervlakte in overeenstemming met de stedenbouwkundige regels: In overleg met de stad Verviers kozen we voor de bouwhoogte ‘benedenverdieping +3’, wat met het profiel van het vorige gebouw overeenkwam. Dat was structureel verouderd en weinig efficiënt. We kozen voor lichte gevelbekledingen en gebruikten bij voorkeur isolatiemateriaal van grote dikte zodat het gebruik van dure bevestigingselementen niet op het budget woog.

Le chai Gourmand

De Chai Gourmand, het nieuwe restaurant van chef-kok Pierre Massin, ligt in het hart van het platteland rond Gembloux. Het gebouw speelt met de ambivalentie van het landschap en profiteert van de dubbelzinnigheid tussen het respect voor de traditionele geometrische regels enerzijds en de nabijheid van industriële gebouwen anderzijds. Het maakt gebruik van de geografische en reglementaire beperkingen door zich een geometrische herinterpretatie van het dogma van het traditionele huis toe te staan. Om de dynamiek van de plek te versterken, zowel binnen als buiten, zijn de dakruggen omgedraaid. Ze staan noch evenwijdig aan, noch loodrecht op de weg. De gevelmuren zijn bijgevolg noch frontaal, noch lateraal. Deze geometrische manipulatie laat ook de verbinding tussen de twee volumes toe en draagt bij tot de creatie van een archetypische vorm die het mentale beeld van het gebouw versterkt. Zijn integratie in het landschap wordt versterkt door het groendak, dat tegelijk zorgt voor een vertraagde doorstroming van het water.

Het restaurant ligt in de buurt van een nationale autoweg en profiteert van deze gemakkelijke toegang. Tegelijk ligt het ver genoeg om de rust voor de klanten te garanderen. Het gebouw geeft uitzicht op de velden en zet zo de regio in de verf waar het voedsel dat in de keuken wordt gebruikt vandaan komt. Het hele perceel werkt nauw samen met het restaurant en voorziet een deel van het fruit, de groenten en de aromatische kruiden die op de borden worden geserveerd. De aangebrachte landschapselementen (hagen, boomgaarden) verfijnen de integratie in de context doordat ze herinneren aan de typische bosrijke structuren en boomgaarden van de regio.

Crèche Les Ecureuils

Aan de rand van een bos, een ideale plek om een kinderdagverblijf in te planten. Aan de voet van een beboste heuvel werd dit kinderdagverblijf volledig gelijkvloers gebouwd onder één groot overhangend dak om al te ingrijpende uitgravingen en een overbelasting van de onderliggende bodem te vermijden. Het dak is door zijn omvang en vrije vormgeving het element dat meteen de aandacht trekt en de link vormt met de natuurlijke en de bebouwde omgeving. De voorgestelde architectuur benut de eigenschappen van dit voormalige braakland dat door een beek wordt doorkruist en oriënteert de ruimten in de richting van deze feeërieke context. Het gebouw, dat gelijkloopt met de straat, werd ingeplant in overeenstemming met de lokale bouwhoogten en vormt een tussenschot/buffer tussen de openbare ruimte en de privéruimte waar de kinderen in een idyllisch kader veilig kunnen spelen en zich ontwikkelen.  

Net als de vegetatie in het bos is het project uit verschillende lagen opgebouwd. De vloer werd als een directe link tussen binnen en buiten geconcipieerd dankzij de chromatische continuïteit van zijn oranje-rode bekleding waarvan de kleur op de kleiachtige bodem uit de streek geïnspireerd is. De witte muren zorgen voor lichtheid en transparantie maar zijn tegelijk volledig in overeenstemming met de lokale materialiteit. De vorm van het dak en zijn bewegingen is bepalend voor de binnenruimten en zorgt door de volumetrische verschillen voor telkens een andere sfeer. Door de opeenvolging van de visuele sequenties die de hoge lichtkoepels en grote glaspartijen tot stand brengen, biedt het project op verschillende manieren uitzicht op de beboste heuvel terwijl het licht tot in het hart van het gebouw doordringt.

In sociaaleconomisch opzicht draagt het kinderdagverblijf bij tot de activering van zijn onmiddellijke omgeving. Het brengt een in een hoofdzaak residentiële buurt weer tot leven en geeft structuur aan het verwaarloosde lokale landschap op het einde van een groene, feeërieke vallei. Omdat het vlak bij de École Normale ligt, versterkt het kinderdagverblijf de onderwijscluster in de gemeente en beperkt het in aanzienlijke mate het aantal verplaatsingen van ouders die op beide plaatsen kinderen hebben. Daarnaast draagt het kinderdagverblijf bij tot het imago van Loverval door de zorg die aan de landschappelijke integratie en de materialiteit werd besteed. Tot slot zorgt het voor heel wat extra opvangplaatsen in een sterk bevraagde sector. Al deze dingen vormen de basis van een vertrouwensrelatie tussen ouders en opvoeders, en creëren een gastvrije en warme omgeving die de ontplooiing van de kinderen ten goede komt.

Kijktoren Fondatie van Boudelo

Het natuurgebied “de Fondatie van Boudelo’ is één van de laatste Vlaamse stiltegebieden.  De gevarieerde landschappen in dit waardevol gebied zijn de thuis voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren. Rond de vijvers zijn verschillende vogelsoorten, libellen, de zeldzame boommarter en reeën waar te nemen. Tot nu toe bleven vele stukken van deze prachtige plek onontdekt. Daarom schreven VZW Durme en de stad Sint-Niklaas de opdracht uit voor de bouw van een kleinschalige kijktoren die de bezoeker het natuurgebied helpt ontdekken. 

De kijktoren is ingeplant aan de rand van de voornaamste dreef die het natuurgebied doorkruist, de liniedreef.  Het bovenste deel van de constructie torent uit boven de wilgenstruiken die de rand van de dreef en het natuurdomein afbakenen. De donkergroen gebeitste houten toren blendt met zijn overwegend groene omgeving.  Er werd specifiek gekozen voor een donkergroene beits zodat de toren een dialoog aangaat met de omringende natuur echter zonder zichzelf weg te cijferen. Door zijn positie langs de dreef fungeert de kijktoren als een kleine landmark in de omgeving en geeft hij het natuurgebied meer bekendheid. De nieuwsgierigheid van de voorbijganger wordt aangewakkerd en de aanwezigheid van de toren doet hem/haar vermoeden dat er meer te ontdekken valt. Een smal pad en een grote wenteltrap leiden de bezoeker tot het kijkplatform dat zich op 5m hoogte bevindt.

De kijktoren vormt een aantrekkingspool voor natuurliefhebbers en vogelaars van alle leeftijden. VZW Durme – opdrachtgever voor de bouw van de kijktoren – organiseert geleide wandelingen om jong en oud in contact te brengen met de natuur, de kijktoren wordt daarbij gebruikt als belangrijk punt in de wandeling. En een geduldige bezoeker kan er zo nu en dan een ree of boommarter spotten. 

In de jaren 50 waren er in het gebied van de Fondatie van Boudelo vele recreatie-gronden met kleine vakantiehuisjes terug te vinden. Deze werden door de jaren heen stelselmatig opgekocht door VZW Durme huisjes werden afgebroken en het natuurlijke karakter van het gebied werd hersteld.  De fondatie van boudelo is volgens het gewestplan gelegen in ‘valleigebied’.   In deze gebieden zijn enkel agrarische bedrijven of woningen van exploitanten toegelaten.  De kijktoren is dus principieel niet in overeenstemming met het geldende gewestplan. Omwille van zijn zeer beperkte footprint (13,3m2), zijn educatieve en recreatieve meerwaarde voor het gebied en de beperkte impact op de agrarische hoofdbestemming werd een uitzondering gemaakt voor de vergunning van het torentje.

van Hoorebeke Timber

Over water verbonden met de wereldzeëen is de site op de kade in de haven van Gent een schakel tussen de houtproducerende landen en de continentale afzetmarkt. Ruw hout wordt per schip gelost, opgeslagen, verwerkt en getransporteerd over land. Tussen de opslaggebouwen voor hout die wel eindeloos lijken door te gaan en de schaverij, vervolledigt het gebouw met centrale administratie de productiesite. Het is een onthaalgebouw voor

vrachtwagenbestuurders die op de site ruw of verwerkt hout ophalen en voor

klanten die de site bezoeken.

Als alternatief voor een generisch kantoorgebouw dat tussen de grootschalige loodsen onmogelijk representatief zou zijn, herinnert het gebouw aan een loods. Bij verdere observatie blijkt dat het gebouw een veelzijdig karakter heeft met huiselijke eigenschappen. Op deze wijze zorgt het gebouw voor een verruiming van de industriële havenarchitectuur.

Sociale context:

Het gebouw wil op een vernieuwende wijze het Nieuwe Werken mogelijk maken. Gedacht als een bos van verticale houten elementen, strak in het gelid geplaatst, vinden de programma elementen hun plaats onder het overmaatse, zacht hellende houten dak waar het licht doorpriemt. Elke medewerker zoekt elke dag een plaats in deze ruimte. Er zijn zeer veel interne zichtrelaties en medewerkers komen elkaar op spontane wijze tegen in het gebouw. Een overdekte buitenruimte, met houtvuur, wordt een kwalitatieve verzamelplaats te midden het logistieke verkeer. Het is een luwte op het bedrijfsterrein, een veilige plaats, ‘a

clearance in the forest’.

Milieu context:

Naast een doorgedreven duurzaam ontwerp (zie verder) vormt de site een schakel in de logistiek van de toekomst. De haven is verbonden met de Gentse binnenstad. Op termijn kan de site over water de stad van constructiehout bevoorraden.

Landschappelijke context:

Door de werkplekken op verdieping te situeren kijken de medewerkers net over een talud naar het landschap ten noord-oosten van Gent. Elke werkplek krijgt bovendien een eigen groene buitenruimte en het licht gebeitst hout voorkomt de neutraliteit van een genormeerde werkplek.

Economische context:

De site zorgt naast overslag en logistiek ook voor economisch toegevoegde waarde. In de zagerij wordt het ruwe hout verwerkt tot halffabricaten geschikt voor talrijke toepassingen.

Het ontwerpproces dat de footprint van het gebouw bepaalde volgde een radicale methode: de overgebleven vrije ruimte tussen de loodsen werd in eerste stap volledig ingenomen. In een tweede stap werd deze footprint bijgeschaafd tot een veelhoekige vorm, gedicteerd door circulatieroutes op de productiesite. Het resultaat is een gebouw dat in weze te groot is voor het programma. De overmaat werd toegewezen aan een overdekte buitenruimte onder het hellende dak. Dit werd uiteindelijk de voornaamste plaats op het terrein: een veilige plek,

zowel vestibule als lunchplaats van waaruit de logistiek, de zagerij, het onthaal kan worden geobserveerd. Het brandpunt van de site.

Watersportclub ‘Surfing Elephant’

‘Een surfclub ontworpen door surfers.. een gebouw dat als een zandvormpje ingekapseld zit in het strand en de mensen uitnodigt om te ontspannen in onze drukke wereld.. wegdromend bij het geluid van de brekende golven..’

De watersportclub Surfing Elephant heeft als uitgangspunt een U-vorm waarbij een deels ingesloten binnengebied ontstaat, afgeschermd van de overheersende windrichtingen. Het rechtse been van de U, aan de zijde van de Dijk, wordt benut als clubruimte met als troef een gebruiksruimte die 180° zicht heeft op de zee. Door het ingesloten karakter garandeert de club ook als niet-storend element op te treden tov zijn directe omgeving. Binnen op het terras schermt het gebouw de naburige hoogbouw af en word je aandacht maximaal op de zee herleid. Door het ingesneden terras wordt het strandgevoel gemaximaliseerd in de clubruimte. Het strand dat doorloopt in het binnengebied geeft dan ook weer de mogelijkheid aan kinderen om beschut in het zand te kunnen spelen terwijl de ouders een oogje in het zeil kunnen houden.

De club loopt aan de publieke zijde via ruime trappen over in het zand waardoor er rondom rond spontane zitplaatsen ontstaan. Een troef van deze club is de toegankelijkheid voor mindervaliden. Alle publiek toegankelijke delen zijn hierop aangepast.

Als fundering werd gekozen voor een duurzame constructie op heipalen, wat ze in Nederland frequent toepassen om opgewassen te zijn tegen extreem hoge waterstanden. Tevens draagt deze werkwijze bij tot de natuurlijke vorming van de duinen.

Uitgezonderd de vloerplaat – die bestaat uit betonnen prefabwelfsels – is de rest volledig opgevat als een duurzame houtbouw. De buitengevels zijn bekleed met natuurlijk te vergrijzen houten planken die volgens een speels en natuurlijk ritme bevestigd zijn. Dit principe geeft een knipoog naar het nabij gelegen Oosterstaketsel of de Kastanje houten afsluitingen die men terugvindt in de duinen.

Het licht golvende dak sluit vormelijk aan op de glooiingen van de duinen. Vanuit zee gezien, gaat het gebouw volledig op in zijn omgeving. Als dakbedekking werd er gekozen voor een esthetische staalplaat, dat typerend is voor een echte surfclub en tevens niet als storend kan ervaren worden voor nabij gelegen buren die erop zouden kijken.

Op een eerder beperkte oppervlakte – tevens opgelegd volgens de voorschriften – wordt hier een uitgebreid programma aangeboden in een gebouw dat zich optimaal integreert in de omgeving. Het gebouw combineert een volwaardige watersportclub met verscheidene publieke functies. Zo kun je ernaast het watersporten ook aangenaam vertoeven in de bar en heb je er de mogelijkheid om een polyvalente zaal afzonderlijk te benutten voor feestjes, seminaries of vergaderingen.

Aan de zijde van de Dijk start het hellend dak aan een minimale hoogte van ca. 3m waarna het golvend overwaait naar een hoger volume aan de andere zijde. Hierdoor wordt het gebouw aan de publieke zijde laag ervaren en wordt de hoge loods aan het publieke zicht onttrokken.

Tuinatelier ‘The Banyan Tree’

Het project situeert zich aan de rand van de stadskern van Genk, op amper 500m van het stadhuis en het station. In een oude woonwijk met grote kavels, werd een woning uit de jaren zestig gekocht en opgeknapt. Het huis miste echter nog een ruimte die geschikt was als ‘bureau’ of ‘atelier’. Beide eigenaars zijn immers creatievelingen (architect en creatief-spiritueel coach) die vaak thuis aan het werk zijn en er mensen ontvangen.

De typische ‘uitbreiding’ achteraan de woning, zou de oorspronkelijke kwaliteit van de bestaande woning weinig eer aandoen. Bovendien werd een échte aanvulling gewenst op het wonen – een intieme werkplek met een eigen beleving die vooral gericht is op de tuin, zonder echter de privacy van de woning of de buren te hypothekeren.

Na wat wikken en wegen werd daarom besloten om niet de woning uit te breiden, maar een vrijstaand atelier te bouwen achteraan in de grote, groene tuin.

Het atelier werd daarom opgevat als een ’tuinhuis’ van 40m2 (de maximaal toegelaten oppervlakte voor bijgebouwen) en werd zorgvuldig geplaatst onder een haag van hazelaars, en tussen enkele andere bomen.

De gevelbekleding in zwart geblakerde planken zorgt ervoor dat het atelier subtiel verdwijnt in het omliggende groen.

Het atelier voorziet in één grote flexibele ruimte, die vlot aangepast kan worden aan verschillende activiteiten  – van werkplek over meditatieruimte tot zaaltje voor schilderworkshops of zelfs familiefeestjes – en speelt met beschutting en openheid.

De grote ramen en het royale dakvenster zijn zodanig geplaatst dat de ruimte vooral beleefd wordt als een lichte plek in het groen – de sfeer van een beschutte open plek in een bos.

Op zomerse dagen kan één van de wanden volledig neergelaten worden als een terras, waardoor het atelier volledig op de tuin betrokken wordt.

Aanbouw TJaeckx – Zwevegem

De ecologische uitbreiding is een voorbeeld voor zijn omgeving/wijk waar vooral ingezet wordt op traditionele uitbreidingen en veranda-aanbouwen.

Het toont dat een ecologisch, stedenbouwkundig en budgetvriendelijke uitbreiding om tot een volwaardige comfortabele eengezinswoning te komen ook op een andere en betere manier kan.

Naast zijn ecologische footprint laat het gebouw ook een afdruk na die qua oriëntatie en ligging op het perceel verantwoord is.

Een uitgebreid samengesteld gezin geniet in dit geval vanaf de middag volop van een L-opstelling. Om dit te bekomen, werd vooraf ook wel het nodige overleg met de stedenbouwkundige ambtenaar gepleegd.

Villa Broechem

De woning bevindt zich in de dorpskern van Broechem als helft van twee spiegelwoningen. De aanpalende woningen in de straat bestaan allemaal uit dezelfde lokale baksteen. De wens van de bouwheer was om in een energie-efficiënte woning te wonen met een hechte relatie tot de tuin. 

Om een hechtere relatie te creëren met de tuin werd er letterlijk een driehoekige kijker naar de tuin bijgebouwd. Zowel in plan als in snede. De bissectrice van deze driehoek staat loodrecht op de straat en evenwijdig met de aanpalende woning. Door deze vorm werd de impact op het straatbeeld minimaal en de relatie met de tuin maximaal. Het nieuwe driehoekige dakvolume geeft dynamiek aan het straatbeeld en onttrekt de zonnepanelen aan het zicht.

Zowel de uitbreiding als het bestaande gebouw wordt voorzien van een uitgesproken kroonlijst. Deze heeft de functie om de verbinding tussen oud en nieuw te versterken. Aan de onderzijde bieden ze plaats voor de inbouwmodules van de screens en aan de bovenzijde zit de verborgen goot. Door deze isolerende strip worden de koudebruggen tussen de delen die aan de binnenzijde geïsoleerd zijn en de nieuwe isolatielaag op het dak weggewerkt. De kroonlijst vormt een horizon en de basis voor een zinken daklandschap. Een spiegellijn voor de raamopeningen. Aluminium schrijnwerk onder verzinkt stalen ramen die opgaan in de materialiteit van het dak boven. De kroonlijst ligt even hoog als bij de linkerbuur terwijl de dakkapel aansluit bij de kroonlijst van de rechterbuur.

Patiohouse

De woning werd in 1908 gebouwd als centrale woning in een reeks van 5. Het hoofdgebouw werd behouden en met respect voor het verleden verbouwd. De circulatie en kamerstructuur werd integraal behouden. De enige grote wijziging is een uitdikking van de wand tussen de inkom en de voorplaats tot een kastenwand met toilet.

De originele grenen plankenvloeren werden ter plaatse gerestaureerd, opgeschuurd en geolied, ook in de badkamer. De keukenvloer was te veel beschadigd en werd opnieuw geplaatst in planken in pitchpine zoals de oorspronkelijke vloer. Nieuwe deuren werden gerecupereerd uit andere gebouwen.

De typische achterbouw met keuken en badkamer die in de afgelopen eeuw werd aangepast en bijgebouwd werd volledig gesloopt zodat ruimte vrijkwam om een kamer in te richten die de volledige perceelbreedte beslaat; een eindpunt in de woning en transitie naar de tuin. Het doel was om tot een zeer eenvoudig en uitgepuurd concept te komen.

De achterbouw volgt de bouwlijn van de aangrenzende percelen zodat de woning een bouwdiepte van 18 meter heeft.

De achterbouw volgt dus op het gelijkvloers de standaarddiepte van de toegelaten bouwgrens. Een patio en een bovenlicht zorgen voor extra licht in de diepe woning.

De ophoging ter hoogte van het bovenlicht blijft ook lager dan de bestaande gemene muur en bevindt zich in de toegelaten bouwdiepte van 12 meter op de eerste verdieping.

De grote uitdaging van het project was om het dakpakket zo laag mogelijk te houden. Enerzijds omdat het pakket verscholen zit achter de tussenregel van het schuifraam en bovenlicht en anderzijds om de impact op de buren te beperken.

Hierdoor werd beslist om te werken met CLT-panelen voorzien van een laag vacuümisolatie, waardoor het pakket op het hoogste punt van de helling tot 18 cm beperkt is.

W10M

Dit project bestaat uit de verbouwing en uitbreiding van een eengezinswoning tot een “kangoeroewoning” (intergenerationeel wonen). De bedoeling is om een woning te creëren voor het gezin en één voor de moeder van de eigenares. De woning voor het gezin komt op de twee verdiepingen, terwijl de woning voor de moeder op het gelijkvloers komt.

Om geld en middelen te sparen, werd een minimale transformatie uitgevoerd. De werfwerken gebeurden in 2 fasen. Tijdens de eerste fase werd een renovatie van de binnenruimte uitgevoerd door het gelijkvloers op te delen en door technische installaties toe te voegen. Hierdoor kon de bouwheer snel intrekken.

In de tweede fase werd de uitbreiding gebouwd. De uitdaging was om een manier te vinden om uit te breiden naar de tuinzijde toe en tegelijkertijd meer daglicht te brengen in de middelste ruimte van beide woningen (in de eetkamer voor de ene en in de keuken voor de andere). Op zoek naar een oplossing voor het bestaande dak met dakkappellen, vonden we dat de dakplooi door zijn vorm de mogelijkheid biedt om een raam te openen, waarmee het licht tot diep in de woning kan doordringen.

De binnenruimte van de woonkamers krijgt, door de aanwezigheid van een sculpturaal plafond,  een zekere ruimtelijke autonomie die versterkt wordt door de opening. Hierdoor ontstaan onverwachte licht- en schaduwspelen die met het verstrijken van de dag en de seizoenen veranderen.

Verbouwing van een vakantiewoning

Het eerste en oudste deel van de bungalow werd gebouwd in 1958.

Dit gedeelte wordt gekenmerkt door zijn 2 geschrankte rechthoeken in het grondplan.

De nieuwbouw sluit aan op de hoek van deze ‘originele’ bungalow.

Met zijn afgeronde hoeken onderscheidt de nieuwe volumetrie zich duidelijk van de

bewaarde.

De afgeronde vormen maken het volume zachter.

Door ook de verdieping terug te trekken ten opzichte van het gelijkvloers en door de

hoeken te laten wegdraaien, wordt de aanbouw als een klein volume gepercipieerd, mooi

in verhouding tot het bewaarde deel.

De connectie tussen het bewaarde en het nieuwe gebouwdeel is beperkt.

Dit maakt een ruime enveloppe die toelaat om elk van de woonkamers te doen communiceren

met de omliggende natuur, en zon en licht aan elke gebouwzijde te laten doordringen tot in de binnenruimte.

Net op deze connectie loopt de buitenruimte doorheen de binnenruimtes.

De eerste bouwfase uit ’58 wordt gerenoveerd zodat ook hier extra

wooncomfort ontstaat. De huidige functionaliteiten blijven hier bewaard: aan de zuidwestzijde bevindt zich de leefruimte.

In het nieuwe paviljoen komt een grote leefkeuken.

De grootste visuele toevoeging is de opbouw/verdieping op dit nieuwbouwgedeelte.

Deze ruimte wordt ingezet als ruime, polyvalente (toren)kamer.

De hoofdingang loopt via een nieuw pad tot in de voortuin, leidend naar de

voordeur, centraal tussen het bestaande en het nieuwe volume in. Deze toegang maakt

bestaand en nieuw als één geheel toegankelijk.

De (vakantie)woning herschikt zich zo: een houten, eigentijdse, gelijkvloerse structuur wordt

aangevuld met een gelijkwaardig, technisch hedendaags paviljoen.

De bewaarde bungalow verschijnt in houten gevelpanelen waarvan het formaat

de bepalende module vormt en ook is toegepast als opening (weglating) voor de vensteropeningen;

en dit gevat tussen de horizontale witte betonplaat –onderaan- en de witte dakrand –bovenaan-.

Het historisch stedenbouwkundig voorschrift, dat stelt dat de gevels in deze historische

modernistische wijk bij voorkeur wit moeten zijn, doet voor het nieuwe paviljoen opteren voor een verticaal geritmeerde gevel. Dit ritme genereert, mede dankzij de afgeronde hoeken van het nieuwe volume, een fijne schaduwwerking, die doorheen de dag over de gevels glijdt.

Ook de raamopeningen verschijnen in deze gevel als scherp uitgesneden vierkanten van

244×244, refererend aan de lengtemaat van de panelen van de bewaarde bungalow.

Deze weloverwogen materiaalkeuze maakt het bewaarde en het nieuwe gebouwdeel tot één

geheel: de prefab bungalow blijft duidelijk afleesbaar op de voorgrond. Het nieuwe paviljoen palmt

de hoek van het perceel in, in tweede orde ten opzichte van de historische structuur

vormt deze een nieuwe achtergrond en gelijktijdig verrijkt hij zowel functioneel als

volumetrisch het vakantiegevoel!

Door de nieuwe gevelbekleding onderaan noch bovenaan te beëindigen, m.a.w.

door ze voorbij de gevellijnen te laten doorlopen, gedraagt de sinusplaatbekleding zich

rond het houtskelet als een hedendaagse drapering.