Prix: Niet-gerangschikt

Kantoor in CLT

Het kantoor ligt aan een Vlaamse provincieweg, met haar typische lintbebouwing. Hertsberge is landelijke gemeente met veel bossen rond de kleine dorpskern. De bouwplaats was één van de laatste onbebouwde percelen, gelegen aan de buitenkant van een lichte bocht.

Om de perspectief van de bocht in de weg te vervolledigen, wilden we een landmark ontwerpen. Een opvallende landmark met een sterke uitstraling is ideaal voor een economische activiteit. Het kantoor dient op te vallen in de omgeving.

Zowel de geometrie, als het materiaalgebruik hebben daar sterk toe bijgedragen.

Om de integratie in het sociale en landschappelijke weefsel niet te bruskeren, hebben we geopteerd voor een bescheiden volume. Alle secundaire ruimtes (archief, technische ruimte en berging) zijn ondergronds geplaatst. Het bovengronds volume omvat de ontvangstruimte, vergaderzaal en burelen.

Niettegenstaande de onverwachte geometrie van het gebouw en de keuze van Cortenstaal en hout als gevelmateriaal, blijft het kantoor perfect verweven met de schaalgrootte van de omgeving.

Om de gebruiker niet het gevoel te geven van op een klein bureel te moeten werken, hebben we verschillende plafondhoogtes op de gelijkvloers en open ruimtes tot tegen de dakschil op de verdieping gehanteerd. Met de keuze voor CLT is een dergelijke constructie heel gemakkelijk te realiseren.

Nieuwbouw Parkklassen Groenendaalcollege

Nadat HUB voor het Groenendaalcollege succesvol een historisch kasteel tot humaniora gerenoveerd had, vroeg de opdrachtgever ons bijkomende klassen voor de lagere school te ontwerpen. De site is een beschut deel van het kasteelpark, vlakbij de vijver. We ontwierpen een lichtvoetig paviljoen dat zich voorzichtig in deze delicate context plaatst, en tegelijk maximaal van de ligging gebruik maakt voor de realisatie van een bijzondere leeromgeving. Na een nauwgezette boominventarisatie bepaalden we de definitieve locatie van de nieuwe klaslokalen. We kozen voor een compacte plattegrond om de ecologische voetafdruk zoveel mogelijk te beperken. De vier klassen vormen samen een paviljoen waarvan de op-en-neer gaande daklijn prettig contrasteert met de bomen in het park.

G1812 Houtbouwbedrijf Lab15

Houtbouwbedrijf Lab15 krijgt een nieuwe werkplek. Een industriebouw van houten afschotliggers op een betonnen kolomstructuur wordt tegen de zijperceelsgrens aan geschoven, gevat in een U-vormige brandmuur uit geprefabriceerde betonpanelen. De inplanting, het licht hellend profiel van de dakspanten en een ranke stalen luifel  geven het gebouw een eigen oriëntatie, maken van de vrije zijgevel de nieuwe voorgevel. Geprefabriceerde houten gevelcassettes en een royale lichtstraat nemen de schaal van de betonelementen van de brandmuur over.

Het kantoor, als een smalle massiefhoutbouw in de kopse travee ingeschoven, wordt van de productiehal losgetrokken. Centraal in het gebouw ontstaat een overdekt binnenplein. Plaatselijk vervallen de betonkolommen en markeert een houten vierendeelligger de toegang tot het gebouw.

In een industriesite die gedomineerd wordt door uitsluitend betonnen constructies is waar mogelijk was gekozen voor een betonstructuur met houtskeletbouw sandwichpanelen. Waar toch beton gebruikt wordt (om brandtechnische redenen) zullen deze overgroeid worden door reeds aangeplante groengevel.

economische bouwmethode. Adaptatie van traditionele constructie naar een houten variante.

In plaats van de klassieke ‘architecturale aanbouw’ als oplossing voor de kantoorfunctie is hier gekozen om de kantoren op te nemen in hetzelfde bouwvolume als de productiehal. Een ruime deels overdekte patio zorgt voor een unieke werk en leefkwaliteit voor zowel de productiehal als de kantoorruimtes.

Montagehal De Noordboom

De nieuwe loods is een vervangbouw van oude loodsen die in verschillende fasen werden gebouwd en verbouwd. De nieuwe hal zal zorgen voor een beter functioneren van het bedrijf daar het fungeert als open knooppunt tussen alle andere functies. Er werd expliciet gekozen om de voetprint van het gebouw te behouden en geen andere vrije ruimte aan te spreken. Hierdoor wordt op een verantwoorde manier omgegaan met de beschikbare ruimte en wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendig industrieel pand.

Naar de omgeving toe is het gebouw grotendeels ingebouwd door andere oude bakstenen industriehallen (oude textielsite). De site heeft een solitaire locatie aan de rand van de Stad Ronse. Daarom is gekozen voor materialen en opstellingen die ervoor zorgen dat er geen akoestische overlast naar de buurt kan ontstaan. De economische solitaire site wordt hierdoor investering technisch geoptimaliseerd. De ligging is uniek maar ook geheel verbonden met de visie van de eigenaars : hergebruik van oud patrimonium, verbinden met natuur en gezondheid, bereikbaar met openbaar vervoer en door zwakke weggebruikers (langsheen de fietsas). Op die wijze kunnen personeel en bezoekers op een duurzame wijze het pand bereiken.

Er werd gekozen voor een circulaire manier van bouwen zodat de elementen indien noodzakelijk zouden hergebruikt kunnen worden op een andere locatie. Gezien de Noordboom zelf een houtbouwbedrijf is met de leuze “Hout ons goed”, is de keuze om te werken met hout logisch. Doch voor een industriehal is het uitzonderlijk dat alle elementen (inclusief de rolbrugliggers) in hout zijn uitgevoerd.

De montagehal waar in de toekomst houtbouwwoningen zullen worden voorbereid kan op die wijze als showroom dienen voor die woningen.

De montageloods werd ontworpen als een eenvoudige rechthoekige doos met een maximalisatie van open ruimte.  De ene helft van het dak loopt in de nok verder door boven de andere helft. Op deze manier ontstaat er een opstaande muur die dienst kan doen als lichtstraat.

Een uniek voorbeeld van een coöperatie die zijn visie doortrekt in zijn gebouwen en hierdoor compromisloos de voortrekkersrol die ze lang speelde terug waar maakt.

Boomhut Nr. 15

Voorgestelde constructie omvat een boomhut die op hoogte, in het bladerdak van de omliggende bomen, werd ingeplant. Door deze situering gaat de boomhut grotendeels op in de kruinen van de omliggende bomen waardoor deze  een geringe impact heeft op zijn omgeving en er een natuurlijk onderdeel gaat van uitmaken. Door deze inplanting wordt er meer bruikbare ruimte gecreëerd en kan de bestaande ruimte onder de boomhut ingedeeld worden met een nieuwe functie zoals terras, overdekte schuilplaats, open ruimte … De impact op de bestaande open ruimte is dus minimaal.

De boomhut is zodanig gebouwd dat de bomen kunnen verder groeien en bewegen in de wind.  Wanneer je in de boomhut zit wordt de integratie in de natuur nog duidelijker: je beweegt ook mee met de wind en leeft als het ware in het bladerdek van de bomen.  Door de ramen en van op het terras (dek) heb je een weids uitzicht op de omgeving en omliggende natuur. In de takken leven diverse vogelsoorten en ander dieren. 

Door de kruin van bladeren creëren de bomen een natuurlijk zonnescherm en koelsysteem, waardoor in de zomer het verbruik quasi nul is. In de winter  is verwarmen noodzakelijk, maar beperkt door de compacte vorm en doorgedreven isolatie.

Door de indeling heeft de boomhut een multifunctioneel karakter en kan deze gebruikt worden als kantoorruimte, meeting room, ontspanningsruimte en als logeerkamer.  Ze heeft dus zowel een commerciële als sociale functie.

Op de grond:

De ruimte onder de trap en onder een deel van de boomhut wordt gebruikt als weide, zodat de dieren een extra droge plek hebben bij regenweer. 

Een ander deel van de ruimte onder de boomhut is voorzien van een extra terras op de grond en aan de draagconstructie kan een schommelbank gehangen worden.

De boomhut:

Door ontwerp van het interieur en keuze van het meubilair kan deze kleine ruimte in enkele minuten omgevormd worden van de ene naar de andere gebruikstoepassing. 

Boven de boomhut: De bomen groeien gewoon verder zonder enige hinder te ondervinden, integendeel: de bomen krijgen extra aandacht.

Chai du Château de Bousval

Ondanks een groot programma en technische beperkingen zoals de wens om in de zwaartekracht te werken voor de distributie van wijn, is de constructie bedoeld om het gebouw zo goed mogelijk te integreren in de omgeving. Het geeft de indruk uit de grond op te rijzen om dan geleidelijk de belangrijkste toegangsdeuren tot de wijnmakerij te bereiken. Het project ontwikkelt zich pragmatisch in opeenvolgende ruimtes om zich vervolgens uit te wissen voor het natuurlijke parcours van het wijnbereidingsproces.

Net als bij onze andere industriële projecten komt het architectonische object het productieproces ondersteunen. De integratie in het landschap wordt versterkt door de keuze voor een verticale bekleding in douglashout met een zwarte autoclaafbehandeling. Behalve met de wandbekleding wordt dit langwerpige gebouw ook onderbroken door hoge rechtopstaande schuiframen die herinneren aan het binnendringen van licht door de bomen aan een bosrand. De constructie van de Chai ligt direct naast de wijngaarden om het verlangen naar een korteketen te respecteren. Hij wordt het houten enveloppe van dit ambitieuze project dat de Aarde in eer wil herstellen.

C-Blue

Het project is gelegen in een gebied van gemengde economische activiteit met een hoge ecologische waarde (Ecolyspark in Suarlée). De stedenbouwkundige voorschriften zijn beperkt en niet-bindend. Het gebouw is bedoeld voor een dynamisch en snelgroeiend IT-bedrijf. De klant wilde er ook een conciërgerie in integreren.

De klant wilde een gebouw dat toegankelijk is voor PBM, dat het een goede geluidsisolatie heeft, en dat het goed verlicht en energiezuinig zou zijn.

Het doel is dus om een gebouw voor te stellen dat in lijn is met de ecologische opzet van het park en tegelijkertijd voldoet aan de functionele behoeften van onze klant.

Het voorgestelde gebouw is gebaseerd op een eenvoudige en compacte architectuur. De vorm werd vooral beperkt in functie van de behoeften, waardoor het project een plat dak kreeg. Het gebouw is opgedeeld in 2 lagen:

Het gelijkvloers fungeert als een “sokkel” en is behandeld met een minerale afwerking (het pleisterwerk).

De verdieping is volledig behandeld met een opengewerkte houten bekleding die meer lichtheid en elegantie geeft. Ze overkoepelt het hele gelijkvloers, een beetje zoals het gebladerte van een boom, wat het mogelijk maakt om de hoeveelheid zonlicht aan te passen en het mogelijk maakt om overdekte buitenruimtes op bepaalde plaatsen vrij te maken en zo een uitbreiding van de binnenruimtes mogelijk te maken. Er is dus een echte relatie tussen de binnen- en buitenruimte, wat het plezier van de werkomgeving versterkt.

We hebben er ook voor gezorgd dat het profiel van het terrein zo goed mogelijk gevolgd wordt. Daarom ligt de achterkant van het gebouw niet op hetzelfde niveau als de voorkant. De doorlaatbare, begroeide parking volgt eveneneens de helling van het terrein.

De woning bevindt zich aan de achterzijde van het gebouw in directe relatie met de tuin aan de achterzijde van het perceel. Deze indeling laat een verstandig gebruik van het terrein toe en een valorisatie van de restruimten. Op het niveau van de constructie hebben we gekozen voor een duurzame bouwtechniek met een lage energievoetafdruk en beperkte kosten. Daarom hebben we gewerkt met een massief houten structuur die aan de binnenkant zichtbaar blijft. Op deze manier vermijden we de afwerking van het interieur en het gebruik van pleisterwerk. Naast het gebruik van regenwater voor alle sanitaire voorzieningen, is het project zelfvoorzienend in elektriciteit dankzij zonnepanelen. Een volledig geautomatiseerd beheer van het gebouw werd door de klant uitgevoerd, wat ook een precieze energieopvolging mogelijk maakt.

Bouw van een crèche met 36 plaatsen

Meerwaarde van het gebouw voor de omgeving

Het terrein waarop het kinderdagverblijf ‘La Maison de Casimir’ zich bevindt, ligt in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in een dorp langsheen de rijksweg van Chimay naar Couvin. De bebouwde omgeving omvat een cultureel centrum, een gemeenteschool en een reeks woningen voor ouderen. Dankzij de functie van het gebouw zou het dienstenaanbod er niet alleen completer maar ook dynamischer worden. Die nieuwe dynamiek wilden we graag vertalen in een hedendaags gebouw dat in zijn omgeving geïntegreerd is.

Integratie en geschiktheid van het gebouw in sociale, milieu, landschappelijke en economische context

Aangezien de bouwvolumes in de omgeving allemaal van elkaar verschilden – het cultureel centrum met zijn imposante volume en platte dak, de bejaardenwoningen met één enkel niveau en zadeldak, de school met vierzijdige daken –, hoefden we ons niet aan een bepaalde bouwhoogte te houden. De omgeving was een bont allegaartje. Na een analyse van de site zetten we op basis van de onmiddellijke omgeving enkele grote lijnen uit. We besloten dat we ons project compact moesten houden om de impact op het terrein te beperken en we kozen voor een rechtstreekse aansluiting op de weg aan de kant van de Rue des Battis. We opteerden voor een volumetrie met een plat dak om het verwarmde volume te beperken en compact te houden. Zo reduceerden we het volume tot het hoogst noodzakelijke. We tekenden een gebouw met een grondinname van +/- 500 m², met alleen een benedenverdieping die we organiseerden rond de buitenfuncties die voor het programma van een kinderdagverblijf vereist zijn, d.w.z.:

– een vanaf de straat zichtbare ingang met toegangshelling voor mensen met beperkte mobiliteit en rechtstreekste trap;

– Aangepaste parkeerplaatsen voor mensen met beperkte mobiliteit en mama’s met kinderen;

– Wacht- en rustruimten op verschillende plaatsen dicht bij het onthaal, waar de gebruikers elkaar kunnen ontmoeten;

– Veilige en schaduwrijke buitenspeelruimten;

– Aparte technische en logistieke toegang (naar voorraadlokaal, stookplaats, …) voor het personeel.

Qua kleuren en materialen zijn in de bebouwde omgeving traditionele rode bakstenen, middengrijze steen en gekleurde bakstenen (wit) terug te vinden. Vanuit het idee om het gebouw in zijn omgeving in te werken, besloten we daarom om baksteen te gebruiken voor het administratief volume maar wel in een meer hedendaagse kleur (diep grijsbruin). Voor de rustvolumes stelden we voor om, met het oog op een lichter visueel effect, een verticale houten bekleding te plaatsen die mettertijd grijs wordt. Voor de buitenspeelruimten raadden we aan om een felgekleurde bekleding van massief gelaagd hout in warme oranjetinten te gebruiken. Om de onderkant van de volumes te beschermen, kozen we een onderbouw in blauwe steen. Het buitenschrijnwerk werd uitgevoerd in hout met antracietgrijze aluminiumbekleding.

Optimalisatie van de beschikbare bouwoppervlakte in overeenstemming met de stedenbouwkundige regels

Vanwege de organisatie en de toegankelijkheid brachten we alle functies op hetzelfde niveau onder (de benedenverdieping). Het algemeen plan van het project moest alles zeer compact houden en probeerde de vorm van een perfect vierkant te benaderen. We onderscheidden de diverse functies van elkaar door hun volumetrie en bekleding, waarvoor we met parallellepipedums van verschillende hoogten speelden. We hadden het geluk dat er geen specifieke voorschriften van toepassing waren die welbepaalde bouwhoogten, volumes, daktypes of materialen oplegden.

Ontwikkeling van een activiteitszone voor de wegenisdienst van de gemeente Oudergem

Het project betreft de aanleg van een activiteitszone voor de wegenisdienst van de gemeente Oudergem.

Aangezien de activiteitszone zich in het Zoniënwoud bevindt (een beschermd gebied), bestond de voornaamste doelstelling van het project erin om de constructie in de omgeving te integreren en het omliggend kader te respecteren.

De lange groene lanen met aan weerskanten populieren en dichte hagen, evenals de heuveltjes die de lichte niveauverschillen tussen de sportvelden markeren, vormden een bron van inspiratie voor het project. Daarom werd volop de kaart getrokken van de groene architectuur met lichte volumes uit natuurlijke materialen waarvan de buitenvoorzieningen verscholen zitten achter de bestaande vegetatie aan de kant van de straat en achter een houten omheining en struiken aan de kant van de sportvelden die net achter de site liggen.

De twee loodsen zijn zichtbaar van op de velden. Om die reden werd gekozen voor een uitgepuurde volumetrie, terwijl de bekledingen een onregelmatige geometrische vorm kregen om de gevels dynamischer te maken en hierop een schaduwspel te creëren, net als op de daken.

De twee gebouwen zijn opgetrokken uit hout: de structuur is gemaakt van gelijmd gelamineerd hout en de gevelbekleding (gevels en dak) uit robinia een lokale houtsoort.

De opengewerkte houten bekleding maakt het volume lichter en zorgt voor een schaduwspel. De ruimte tussen de latten is op sommige plaatsen groter (in overeenstemming met de doorzichtige polycarbonaatpanelen die erachter geplaatst zijn en die het daglicht naar binnen laten vallen in de gebouwen).

Ter hoogte van de toegangszones werden groene ruimten en grasvelden aangelegd. Er werden ook haagbeuken aangeplant, een boomsoort die al aanwezig is op de site van het Rood Klooster. Het project voorziet in houten omheiningen en een groene heuvel als fysieke en visuele scheiding tussen de buitenzones en de speelvelden. Klimplanten langsheen de betonnen steunmuren zullen deze overgroeien en bedekken.

Overkapping van een benzinestation

De bogen van de luifel uit gelijmd gelamineerd hout die met de metalen structuren verbonden zijn, overdekken de bedieningszone van het pompstation.  

Het project is ingeplant langsheen een rijksweg met aan weerskanten handelszaken en gebouwen die in architecturaal opzicht vrij onsamenhangend, weinig uniform en veeleer oninteressant zijn.

Het project wilde een hedendaags en dynamisch imago creëren met een gastvrije en beschermende uitstraling en een ‘signaalfunctie’ in de straat.

De bogen en tegenbogen symboliseren de dynamische vloeiende beweging, de aerodynamica en de snelheid die door de auto worden belichaamd en ‘markeren’ de functie van de luifel, terwijl ze de reiziger tegelijk oproepen om halt te houden en op adem te komen.

Om de structuren uit gelijmd gelamineerd hout te vervaardigen, moest de dimensionering worden geoptimaliseerd in functie van het evenwicht van de overhang.

School La CIME

Het project betreft de bouw van een nieuwe middelbare school van type 4 voor jongeren met een handicap. De school moet plaats bieden aan ten hoogste 50 leerlingen en 35 professionals uit verschillende categorieën. Naast de lokalen voor de onderwijsactiviteit, het dagcentrum en de administratieve functies is er een eetzaal die buiten de schooluren als polyvalente zaal voor evenementen van de gemeente of als cafetaria voor het park kan worden gebruikt.

Meerwaarde van het gebouw voor de omgeving:

Gezien het belang van de vegetatie in de wijk werden de grote bomen die er stonden, behouden. Het project voorzag in de aanleg van een groene ruimte op de binnenplaats waarmee de natuur als het ware naar het hart van het door groen omgeven gebouw werd gehaald. De transparantie van de eetzaal verzekert de visuele continuïteit van de groene omgeving. Een privétuin, die aan het park grenst, behoort eveneens tot de school. Het is de bedoeling om er een gemeenschappelijke moestuin aan te leggen die in een tweede fase toegankelijk zou worden.

Verder hebben we geprobeerd om voor dit gebouw materialen te kiezen die een lange levensduur hebben, een goede energetische performantie bieden, een zo beperkt mogelijke milieu-impact hebben en op het einde van hun levensduur kunnen worden gerecycleerd (meer mogelijkheden dankzij droge bouwtechnieken).

Integratie en geschiktheid van het gebouw in sociale, milieu, landschappelijke en economische context:

De geringe hoogte van het gebouw bevordert zijn integratie in de omgeving en zorgt ervoor dat de omwonenden hun uitzicht op het park maximaal behouden.

Om de bestaande verhoudingen tussen de aangrenzende percelen en gebouwen zo weinig mogelijk te verstoren, werd het nieuwe gebouw ingeplant met behoud van een redelijke afstand tot de buren: aanleg van een brede doorgang parallel met de sporthal, parkeerterrein dat met de scoutslokalen en het Centrum wordt gedeeld, afscheiding van het Wolvendaalpark door een aangeplante tuin.

Het nieuwe schoolgebouw komt de sociale synergie tussen de verschillende bewoners van de site en hun omgeving ten goede dankzij de benutting van de context en de aandacht voor de nabijheid van de ‘petite école dans la prairie’ (kleuter- en lagere school), het Recreatiecentrum voor de 3e leeftijd en het park.

Door de keuze van de materialen (lichte structuur uit CLT en houten bekleding konden de architecturale en landschappelijke intenties concreet worden ingevuld en kon het gebouw in zijn omgeving aan de rand van het Wolvendaalpark worden geïntegreerd.

Qua economische context was het ontwerpen van dit gebouw een bijzonder project: er werd gebouwd op initiatief van de ouders. Zij hadden voor de bouw privédonoren gevonden. De ‘werking’ werd daarentegen door de overheid in handen genomen. Het financiële budget was beperkt en dus probeerden we een sober en rationeel gebouw te ontwerpen, zonder de architecturale kwaliteiten uit het oog te verliezen. Om de kosten van het project zo goed mogelijk onder controle te houden, werkten we vanaf de eerste schetsen samen met het bouwbedrijf, de stabiliteitsingenieur en de ingenieur speciale technieken.

Optimalisatie van de beschikbare bouwoppervlakte in overeenstemming met de stedenbouwkundige regels:

Het terrein bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Ukkel. Het ligt op een gemeentelijk perceel tussen de sporthal Stroobant, een recreatiecentrum voor de 3e leeftijd, de scoutslokalen en het Wolvendaalpark. De bijzondere situatie van de leerlingen met beperkte mobiliteit en de mogelijkheden die de terreinafmetingen en het stedenbouwkundig reglement bieden (gebied voor voorzieningen van collectief belang of voor openbare diensten), deden ons beslissen om het volledige programma op de begane grond te realiseren, zodat de kinderen met beperkte mobiliteit zich zo vlot mogelijk door het gebouw zouden kunnen verplaatsen. Alle ruimten zijn toegankelijk voor mensen met beperkte mobiliteit.

De ligging stelde ons in staat om:

– het gebouw op te trekken uit 3 balken + een galerij;- de bestaande situatie zo goed mogelijk te respecteren en het evenwicht tussen de gebouwen op de site zo weinig mogelijk te verstoren;

– het gebouw in zijn omgeving te integreren.

De Nieuwe School & Padvindershallen van de 66e scoutsafdeling.

Voordat de werken van start gingen, werd het perceel gebruikt door de 66e scoutsafdeling die er huisde in lokalen die in zeer slechte staat waren. Als onderdeel van het programma om het aantal beschikbare plaatsen in de scholen op een kwaliteitsvolle manier te verhogen, was de gemeente in dit perceel geïnteresseerd voor zijn landschappelijke kwaliteiten. Ze wilde een dubbele slag slaan: een nieuwe basisschool (actieve pedagogie) én nieuwe lokalen voor de scouts bouwen. Tussen de treinsporen vlakbij het gemeentelijke perceel en het te bebouwen perceel, lag ook een terrein met collectieve moestuinen die behouden moest blijven. Het doel van het nieuwe project is dan ook om het samengaan van deze 3 functies vlot te laten verlopen: schools (basisschool en kleuterschool); recreatief (de scoutsafdeling) en

verenigingsleven (les potagers d’Ernest). Het project maakt dan deel uit van een globale reflectie. De keuze viel op het zetten van twee afzonderlijke gebouwen, van elkaar gescheiden door de speeltuin die vanuit beide gebouwen toegankelijk is.

De school heeft een compact volume en bevindt zich aan de achterzijde van het terrein, om zo kwaliteitsvolle buitenruimtes te genereren en de impact en overlast van het programma op de omliggende woningen te verminderen. Door de vorm van het gebouw ontstaat er op natuurlijke wijze een grote vrije ruimte (de speelplaats

van de basisschool) tussen de school en de scoutslokalen, evenals een speeltuin voor de kleuterschool in de punt van de driehoek die door het terrein wordt gevormd.

Beide speelplaatsen worden omkaderd door aanplanting op verschillende kanten van

hun omtrek, wat het bevoorrechte contact van kinderen en leerkrachten met de

groene omgeving van de aangrenzende tuinen en moestuinen versterkt. Er zijn geen ruimtes op overschot in de omgeving. De beide gebouwen in CLT-houtskeletbouw behouden zo de groene omgeving van de Cambier-site.

Het project optimaliseert het beheer van de driehoekige ruimte van het perceel en laat toe dat de verschillende actoren op het terrein zich ontplooien en elkaar ontmoeten. De school bevindt zich achteraan het perceel, de scouts aan de straatzijde en de collectieve moestuinen tussen de speelplaats en de spoorlijn eronder. Het project is de ruimtelijke vertaling van de verschillende functies van de site en die in een dichtbewoonde stedelijke context zo essentieel zijn. Deze gelijktijdige of over de week gespreide gebeurtenissen leiden tot een samenleven dat bevorderlijk is voor ontmoetingen en dus voor het mogelijk delen van ruimtes. De interactie tussen de verschillende actoren wordt door de ruimte beheerst, ze functioneert als een virtueuze cirkel, een echte plaats van uitwisseling op de schaal van de wijk. Op landschapsniveau worden de gebouwen omringd door de vegetatie van het binneneiland van het en de groentetuinen langs de spoorlijn. Het project probeert zo goed mogelijk in dialoog te treden met de omgeving. Er werd gekozen om een echte transparantie te laten tussen de speelplaats en de moestuinen om zo de nieuwsgierigheid van de kinderen te wekken. De tuinen zijn vectoren van zintuiglijke prikkels (geuren, kleuren, vormen…). Ze dragen onder meer bij aan de ontwikkeling van tijdsgevoel (groeitijd en evolutie van een plant), en ze maken een concrete benadering van de seizoenen mogelijk. De aanwezigheid van de moestuinen maakt de kinderen vertrouwd met de natuur en maakt hen van kleins af aan milieubewust.

Het geoptimaliseerde, rechthoekige volume van de school rationaliseert de werking van het plan met een centrale circulatie. Het gekozen 3x3m raster maakt het mogelijk om oppervlakken te genereren die overeenkomen met het programma en de benodigde ruimte per lokaal. Het rationaliseert ook het bouwsysteem. Door een niveauverschil tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping van het schoolgebouw ontstaat de overdekte ruimte, die de belangrijkste overdekte toegang tot de school vormt.

De scoutslokalen zijn opgenomen in het hoekgebouw dat grenst aan het naburige huis, dat het gebouw aan de straatkant uitbreidt met een aangrenzende voor- en achtertuin. De breedte en de indeling volgen de logica van een typisch Brussels huis: een trap tegen de gevel en twee achtereenliggende woonruimtes. Het gebouw heeft een derde open gevel gericht naar het westen en de spoorbrug. De ingang van de school is met andere woorden op een natuurlijke manier georganiseerd, en is bewegwijzerd vanaf de Ernest Cambierstraat tussen de scoutslokalen en hun bergruimtes.