Categorie ResidentiëleGebouwen

Locatie
Sint-Jans-Molenbeek
Opdrachtgever
Privaat
Architect
AgwA architectes
Stabiliteitsbureau
JZH & Partners
Bouwheer
Revgroup SCRL
Bebouwde oppervlakte
180 m²
Bewoonbare oppervlakte
220 m²
Voorlopige oplevering
15/05/2020
In welke bouwelementen is hout toegepast?
De zichtbare structuur werd in hout uitgevoerd (voornamelijk RND en douglas). Verstevigingen van de bestaande betonstructuur. Massieve vloerplaten ter plaatse vervaardigd. Trap. Kozijnen. Geïntegreerd meubilair (zichtbaar multiplex berk).
Houtvolume
40 m³
Documenten
[PDF] 1_2Prix_UNIF12_Plans

Logement et Atelier VERBIEST [2e prijs]

Photo credits: AgwA architecten

Architecturale kwaliteit en inplanting

Het gaat om een oude opslagplaats die zich in een klein, zeer dicht bebouwd huizenblok bevindt. Het project omvatte gerichte afbraakwerken om buitenruimte, tuinen en terrassen te creëren, zodat er meer ademruimte vrijkwam in het midden van het huizenblok. De grote blinde muren werden vervangen door een gevarieerd en luchtig landschap. De weelderige vegetatie die tegen de muren op klom werd gevaloriseerd en aangevuld.

Het project omvat een woning en een kunstenaarsatelier dat vooral voor het maken van keramiek bedoeld is. Verscheidene Brusselse keramiekkunstenaars zullen het atelier delen. Een van hen is Evelia Macal die met haar gezin op de bovenverdiepingen woont. Het project vernieuwde het hart van het huizenblok en gaf het opnieuw lucht. Het vestigde er een zachte activiteit die verenigbaar is met de woningen en verankerde een artisanale en creatieve activiteit in een stedelijke omgeving.

Een gedeelte van het dak werd vervangen door een serre zoals in de landbouw wordt gebruikt. Het is de bedoeling om er allerlei gewassen in te telen (fruit, enz.). Ook de tuinen met onder meer munt en verschillende fruitbomen zijn in hoofdzaak productief.
Twee belangrijke pijlers van het architecturale project verankerden de ecologische benadering.

Allereerst werden beton en samengestelde materialen zoveel mogelijk gebannen. Zo werden de betonnen structuren, die te zwak waren, verstevigd met houten structuren die tegelijk als afwerking dienen (houten kolommen, houten vloerplaten die ter plaatse werden gemaakt van naast elkaar geplaatste vloerbalken). Voor de isolatie werd gebruikgemaakt van hennepblokken (Isohemp), die in België worden gemaakt, en hennepwol. Verder werd leempleister gebruikt waarvoor het basismateriaal op Brusselse bouwplaatsen werd gerecupereerd (BC Materials). De stalen relingen en de marmerelementen tot slot werden gerecupereerd op een andere bouwplaats van het architectenbureau AgwA (Palais des Expositions in Charleroi). Voor de kozijnen, die veelal door de bestaande constructies worden beschermd, werd naaldhout gekozen (douglas) om het gebruik van exotische houtsoorten te vermijden. Op die manier werd het gebruik van cement, staal en minerale of synthetische isolatiematerialen alsook de aanvoer van energieverslindende nieuwe materialen sterk beperkt. De architectuur werd op die manier verrijkt met onverwachte details en ruimten.

Ten tweede werd getracht om de verwarmde oppervlakken te beperken in functie van hun gebruik dat naargelang van de seizoenen kan variëren, terwijl ook zoveel mogelijk constructies werden behouden om de hoeveelheid af te voeren puin te beperken. Het oorspronkelijke gebouw had een nuttige oppervlakte van zo’n 1000 m². Voor het project werd slechts één woning aanvaard. Het was in het kader van het project niet meer mogelijk om de bebouwde en de niet-bebouwde oppervlakken van elkaar te onderscheiden. Zo ontvouwt de tuin vooraan zich onder de oude betonliggers in de koetsgang aan de straatkant (ongeveer 200 m²). De woning en het atelier zijn twee kleine verwarmde eenheden in het gebouw (ongeveer 220 m²). Ze beschikken allebei over een grote niet-verwarmde ruimte die tijdens de zomermaanden een uitbreiding vormt (ongeveer 180 m²). Het atelier komt uit op een overdekt terras en een tuin met daarin de ovens en de voorraden (en de kippen!) (ongeveer 120 m²). De woning heeft een terras dat afgebakend is door de oude gevels die een scherm vormen om de privacy van de omwonenden te beschermen (ongeveer 60 m²). De landbouwserre is een semi-buitenruimte bovenop de woning: het warmteverlies van de woning wordt er benut (ongeveer 80 m²).

Bouwtechnische kwaliteit en het gebruik van innovatieve hout-gebaseerde materialen

Op het gebied van hout schuilt de originaliteit van het project in de bouw van een houten structuur die een betonstructuur van povere kwaliteit moest versterken en bewoonbaar maken. In dit project kozen de architecten ervoor om het gebruik van beton en staal zoveel mogelijk te vermijden. Voor een hele reeks toepassingen werd gewoon timmerhout gebruikt.

Dit maakte de ontwerpwerkzaamheden zeer intens, met heel wat overleg tussen de architect (AgwA) en de stabiliteitsingenieurs (JZH & partners). Op de bouwplaats was de ongebruikelijke configuratie van het project slechts mogelijk dankzij de beschikbaarheid van de onderneming (Revgroup) om samen de uitvoering te bestuderen en er qua nauwkeurigheid een bijna artisanale zorg aan te besteden. In vergelijking met klassieke oplossingen – beton, staal of veeleer industriële oplossingen – neigt deze aanpak meer naar het vinden van meerwaarde op de bouwplaats zelf en niet zozeer in delokaliseerbare fabrieken, en vereist hij een nauwe samenwerking tussen de partners.

Allereerst werden de betonnen liggers ondersteund door kolommen uit dubbel 8/23. Om te vermijden dat nieuwe funderingen moesten worden geplaatst, werden de kolommen op de benedenverdieping schuin geplaatst, zodat zij de belasting op de bestaande funderingen overbrengen. De verankeringen die in de vloerplaat ingewerkt zijn en de bevestigingen op deze plaats, zijn de enige elementen van het hele project die uit staal gemaakt zijn.

Voor de bewoonde en verwarmde ruimten werden vervolgens massieve houten vloerplaten gemaakt. Deze zijn gemaakt van vloerbalken (6x15) die naast elkaar werden geplaatst en mechanisch werden vastgezet (zonder lijm). Daarna werden zij aan de bovenkant afgewerkt met olie. Omdat deze massieve vloerplaat niet in contact komt met de fijne betontegels, vormt zij een doeltreffende geluidsisolatie en garandeert zij ook de thermische isolatie van de vloeren.

De vloer van de serre op het dak is van klassiek timmerhout dat met hennepwol werd geïsoleerd. Omdat de vloer opengewerkt is, moest niet worden voorzien in een afdichting of dampscherm.

De hellende vlakken van het dak, dat werd heropgebouwd, zijn aan de buitenkant bekleed met de  gerecupereerde pannen van het oude dak. Aan de binnenkant werden de traditionele gipsplaten vervangen door een opengewerkt latwerk uit timmerhout.
De trap, die op monumentale wijze door de ruimte loopt, werd uitgevoerd in den.
Op het vlak van brandveiligheid waren de basisvoorschriften niet van toepassing aangezien het om een eengezinswoning ging. Door de omkering van de situatie beschermt het bestaande beton echter de binnenkanten van de houten vloerplaten en volstaan de bestaande betonnen kolommen om de nodige stabiliteit bij brand te verzekeren.

Met het oog op de energetische performantie werden de verwarmde ruimten drastisch beperkt. Ze zijn met glazen wanden afgescheiden van de niet-verwarmde ruimten. Alle raam- en deurlijsten, ook die van de binnendeuren, zijn uitgevoerd in douglashout. Geen exotisch hout en geen aluminium waarvan de winning voor zoveel problemen zorgt.

Dit project had niet de ambitie om innovatieve producten toe te passen maar onderscheidt zich door de innovatieve toepassing van gebruikte materialen (timmerhout) op een ongewone manier.

Bioklimatisme

Afgezien van het bovenstaande en de eigenschappen van hout op het vlak van koolstofvoetafdruk en isolatie, en afgezien van het onderzoek naar de architecturale gevolgen van verontreinigende materialen (beton, staal, aluminium, synthetisch isolatiemateriaal, ...), willen we nog enkele bijkomende aspecten belichten.

Materialen
Isolatie van de muren met hennepblokken (een natuurlijk materiaal) van Isohemp, een Belgische onderneming. Hennep heeft van nature een hygrothermische werking en de productie ervan vereist veel minder grijze energie dan minerale of synthetische isolatiematerialen.

Experiment met pleister van ongebakken aarde (leem) op het einde van de werkzaamheden (experiment omdat de aannemer en de architect op dit vlak geen ervaring hadden). Er werd geopteerd voor aarde die door BC Materials op Brusselse bouwplaatsen werd gerecupereerd.
Recuperatie van bouwmaterialen uit het bestaande gebouw (dakpannen, betontegels op vloerdragers, ...) en recuperatie van materialen afkomstig van andere bouwplaatsen (relingen en natuursteen).

Architecturale oplossingen
Verscheidene aspecten dragen bij tot het bioklimatisme van het project. Dat geldt in de eerste plaats voor de ruimtelijke indeling. Rond de verwarmde ruimten bevinden zich onverwarmde binnenruimten. Dit houdt de verwarmde ruimten fris in de zomer en beperkt het warmteverlies in de winter. De serre op het dak functioneert op dezelfde manier en heeft een interessante impact op het thermisch comfort van de leefruimte een verdieping lager. Omgekeerd geniet de serre van het warmteverlies van de aangrenzende verwarmde ruimten.

Voor de verwarming en het warm water werd een lucht/lucht en een lucht/water-warmtepomp gekozen, in combinatie met een groene energieleverancier (Energie 2030). Op die manier wordt de CO2-impact van de warmteproductie 10 keer kleiner dan met een klassieke verwarming op gas.

Ruimtelijke functionaliteit van het ontwerp

Op de plaats van het bestaande gebouw bevond zich een grote monofunctionele opslagplaats, wat heel wat zwaar verkeer zonder enige lokale link met zich meebracht. Het project combineert een kleinschalige, gedeelde economische activiteit, een woning en een beperkte voedselproductie in een hoofdzakelijk residentiële, dichte stedelijke context.

Het feit dat al deze verschillende dingen zich vlak bij elkaar bevinden in één enkel gebouw, biedt de mogelijkheid om de landschappelijke kwaliteit binnen het huizenblok te verbeteren, de overlast van het zwaar vervoer te beëindigen, een niet-verwaarloosbare bodemoppervlakte onverhard te maken en de ruimte binnen het huizenblok te vergroenen. De activiteit in het atelier kan bijdragen tot de opbouw van het sociaal weefsel, zowel via de ambachtslui die er samenwerken als door tentoonstellingen en de openstelling voor de buurt.

Gezien de dichtheid van de bebouwing kunnen de tussenruimten, de terrassen, de niet-verwarmde ruimten, de serre en de tuinen de privacy van de omwonenden verzekeren en de directe inkijk beperken.

In het kader van het project werd een stuk van de tuin bij de ingang verkocht aan de bewoner van het huis aan de straatkant waar de koetsgang doorheen loopt. Aan de achterkant werd een stuk van het perceel verkocht aan een gebouw dat geen tuin had. Op die manier slaagde het project er ook in om de kadastrale verdeling te ‘normaliseren’ en de kwaliteit van het huizenblok te verbeteren.

Circulair materiaalgebruik en de toepassing van lokale materialen

We konden de precieze herkomst van het hout niet met zekerheid achterhalen, maar we hebben in ieder geval gekozen voor houtsoorten die lokaal verkrijgbaar zijn (wat niet het geval is bij exotische houtsoorten). Het hout werd haast niet bewerkt voordat het op de bouwplaats werd gebruikt. Tenzij voor de kozijnen werd het timmerhout niet behandeld. We merken op dat het doeltreffend wordt beschermd door de buitenschil van het bestaande gebouw. Onbehandeld hout kan op het einde van zijn levensduur makkelijker worden gevaloriseerd.

Hennep is een natuurlijk materiaal en de leempleisters zijn op termijn volledig herbruikbaar omdat ze niet bewerkt zijn.

Het afbraakmateriaal werd tot het strikt noodzakelijke beperkt, bijvoorbeeld door de buitenstructuren te behouden (liggers die een pergola vormen in de tuin vooraan, muren die een scherm vormen op het terras op de 1e verdieping, enz.

Nog voordat aan het end-of-life scenario voor de gebruikte nieuwe materialen werd gedacht, werd het project opgevat als een inzamelpunt voor nutteloos geworden materialen die nog konden worden hergebruikt. Hergebruik kreeg voorrang op recyclage (dat meer energie vraagt). Deze materialen kunnen later worden gerecycleerd. Zo konden voor dit project dakpannen, betontegels op vloerdragers, plaveisel en afgesleten beton, stalen relingen en natuursteen – afkomstig van het gebouw zelf of van andere bouwplaatsen – worden gerecupereerd.

Comment participer?

Pour le 31.05.2020 à 23h59 au plus tard, un dossier complet doit parvenir aux organisateurs sous forme d’un envoi par Wetransfer à l'adresse e-mail info@bois.be. Les documents nécessaires pour participer aux Belgian Timber Construction Awards 2020 sont :

Les étapes décrites ci-dessous doivent être suivies pour chaque projet individuel soumis. En d'autres termes, un jeu de documents distincts doit être remis pour chaque projet soumis.

L’envoi doit contenir les documents suivants :
1. La fiche projet dûment complétée
2. Les plans et sections (voir détails dans le règlement)
3. Les photos de la réalisation (voir détails dans le règlement)
4. Facultatif : des informations complémentaires (voir détails dans le règlement)

COVID-19
(Mise à jour du 18.05.2020)

En raison de la pandémie actuelle, plusieurs projets n’ont pu faire l’objet d’une réception provisoire. Les organisateurs des BTCA ont dès lors décidé de repousser la date de réception provisoire des pro-jets soumis de deux mois, au 31.07.2020. Le document de réception provisoire signé ainsi que d’éven-tuelles photos complémentaires devront impérativement être transmis pour finaliser la candidature.