Categorie NietResidiëntieleGebouwen

Locatie
Luik
Opdrachtgever
Ville de Liège
Architect
Association momentanée Cornet – Richard
- Maximilien Cornet
- Atelier d'architecture Alain Richard
Stabiliteitsbureau
NEY+Partners (WOW pour la cage bois)
Bouwheer
Fondations, bétons, abords: SERBI S.A. - "Cage" bois: STABILAME - Passerelle acier: TECHNO METAL industrie sprl
Bebouwde oppervlakte
344 m²
Voorlopige oplevering
29 februari 2020
In welke bouwelementen is hout toegepast?
De hele houten "kooi": Structuur (balken, palen, diagonalen) - trapbomen, relingen en overloop - Trappen (treden en trapbomen), leuningen - Dak: structuur, panelen, plafonds
Houtvolume
80 m³
Documenten
[PDF] 3_2_Prix_NRES18_Plans

Fiets- en voetgangersbrug Vivegnis
[2e prijs]

Photo credits: Alain Janssens (1–8), Maximilien Cornet (9), Bernard Jérôme (10)

Architecturale kwaliteit en inplanting

De bouw van de "Passerelle Vivegnis" maakt deel uit van het masterplan en actieprogramma voor de Nord/Saint-Léonard wijk, die sinds 1995 door het Waalse Gewest is aangewezen als ZIP-QI (zone d'initiatives privilégiées - initiatiefwijk).

Dit stadsproces wordt geïnitieerd door de stad Luik in een geïntegreerde en participatieve operationele aanpak, rond een projectmanager, een Regie voor de wijk en een Commissie voor Stadsvernieuwing (Commission de Rénovation urbaine - CRU). Die bestaat uit mandatarissen uit de overheid, vertegenwoordigers van de wijkcomités en bewoners.

Binnen het Masterplan, dat in 1997 werd voltooid door het kantoor AURAL, werd vervolgens een gedetailleerde studie van de Vivegnis-site uitgevoerd door het kantoor Pluris, dat een reeks doelstellingen verfijnde en op basis waarvan in 2004 een ideeënwedstrijd werd gelanceerd voor vier openbare projecten: een appartementsgebouw, waarvan het gelijkvloers nu de plaatselijke bibliotheek is, een incubatiecentrum voor startups, openbare ruimtes (hoofdplaats en pleintje) en de voetgangersbrug. De uitvoering van deze projecten zal een domino-effect hebben op andere operaties, zowel openbare als private.

De projecten hebben aanleiding gegeven tot ontmoetingen en uitwisselingen met de bewoners om zoveel mogelijk hun betrokkenheid en de toe-eigening van de plek te stimuleren. Het Vivegnisplein is ontworpen als een ruimte op de schaal van de wijk, voor bewoners en buren, maar ook voor wandelaars die op zoek zijn naar groen en die de loopbrug naar de Coteaux-wandelpaden zullen gebruiken, en voor degenen die via de loopbrug in de wijk terecht zullen komen.

De belangrijkste bedoeling was om de configuratie van het plein te versterken. Daar gaapt sinds het verdwijnen van het station een gapend gat. Het plein moet zowel een grens als een filter vormen tussen de stad en de heuvel, waardoor een afgemeten maar betekenisvol object ontstaat dat de synthese zou moeten zijn van een inhoud en zijn omhulsel.

Dit leidde tot het formuleren van een sequentie in drie stappen: een betonnen funderingselement op het plein, een houten klimelement, een stalen oversteekelement over de treinsporen.

De prismavormige houten structuur bevat in de periferie de schuine opritten en bordessen. In de centrale overspanning bevinden zich de "stabiliteitskernen" van de constructie, evenals de trappen die een kortere weg vormen, waardoor een verscheidenheid aan routes mogelijk is, afhankelijk van stemmingen, noodsituaties en verplaatsingsmiddelen. Bovenaan biedt een open plek een geprivilegieerd uitzicht op het plein en de wijk. Het is een van de steunpunten van de horizontale loopbrug die de spoorweg overspant tot aan de voormalige keermuur van het eerste grasplateau van de Coteaux, ongeveer 9 meter hoger gelegen dan de Place Vivegnis. Van daaruit leidt een nieuwe verbinding naar de Macors impasse in de richting van Herstal. Tijdens de klim en de afdaling wordt de wandelaar in scène gezet, in een relatie tussen het statische en het mobiele, tussen de waarnemer en de geobserveerde.

De bedoeling was om een "klimmende" ruimte te creëren, die vervat zit in een goed bevestigd, statisch volume (massief, sterk, aanwezig!), met een eigen bestaan, een eigen taal, met een ingang en een uitgang, als een soort sas tussen het plein en de voetgangersbrug die naar de Coteaux leidt.

Bouwtechnische kwaliteit en het gebruik van innovatieve hout-gebaseerde materialen

De “houten kooi” is een gewone balkenkolomstructuur, geheel gemaakt van gelijmd gelamineerd lorkenhout. Al deze onderdelen werden gezuiverd van spint om de duurzaamheid van de structuur te garanderen.

Een van de bijzonderheden van deze structuur zijn de stabiliteitskernen, die zich in de centrale overspanning bevinden. Deze kernen concentreren de verticale stabiliteitselementen, waardoor de buitenste kolommen vrij gehouden konden worden van eventuele diagonalen en de ruimte onder de constructie maximaal wordt benut.

Er werd speciale aandacht besteed aan deze essentiële elementen, niet alleen om de weerstand maar ook de duurzaamheid van de assemblages te garanderen. Deze werden in het atelier gemaakt met behulp van een innovatief systeem van verlijmde staven (RESIX-systeem). De stabiliteitskernen werden ter plekke gebracht, volledig gemonteerd. Gelegen in het midden van de structuur en dus beschermd tegen de regen, hebben deze assemblages geen ventilatieruimtes nodig op de kruispunten van de houten delen. Een van de bijgevoegde foto's toont deze kernen tijdens de montage ter plaatse.

De verbindingen van alle andere knooppunten zijn ook zorgvuldig bestudeerd. Ze werden gemaakt door middel van gegalvaniseerde stalen verbindingsplaten, specifiek voor elk knooppunt, en ze zijn gesneden met de laser. Elk stuk hout is in het atelier gevormd en werd heel precies ingekerfd waar de verbindingsplaten moesten komen. De assemblages zijn ter plaatse gemaakt, met behulp van roestvrijstalen pennen en/of bouten. Op deze manier blijven de assemblages uiterst discreet, waardoor alle houten elementen zichtbaar blijven. Voorbeelden van deze verbindingen zijn te zien in de bijgevoegde details.

Tussen alle houten onderdelen is een ventilatieruimte gelaten om waterstagnatie en snelle droging van houten oppervlakken in de buurt van de voegen te voorkomen. Op dezelfde manier zijn de horizontale vlakken van de aan regen blootgestelde houtdelen bewerkt om een helling te vormen die het water laat weglopen.

Er werd ook veel aandacht besteed aan de geboorten van de palen en hun verbinding met de grond. Geïnspireerd door verschillende houtbouwtradities uit vele landen, worden de palen geplaatst en gemonteerd op poten die uit de grond oprijzen. Het zijn stalen elementen, bedekt met beton in de vorm van een afgeknotte piramide. De voet van de houten palen wordt zo beschermd tegen eventuele schade door regen, sneeuw, accidentele schokken, enz… Dit punt wordt geïllustreerd door een detail in de bijlage.

Over brandveiligheid: er werd geen enkele speciale eis geformuleerd, omdat de constructie open blijft. Er moet echter worden opgemerkt dat, gezien het gebruik van massief hout in grote delen, dat vernietiging door vlammen voor de structuur en de vlonders geen reëel gevaar vormen.

Bioklimatisme

De noodzakelijke bescherming van de constructie tegen regen maakte de installatie van een dak noodzakelijk. Dit wordt bereikt door middel van een secundaire structuur van lorken, en een bescherming van polycarbonaat panelen – helaas lieten de budgettaire beperkingen ons niet toe om glazen panelen te gebruiken.

Horizontale, naar buiten toe aflopende jaloezieën in lorken, beschermen ook de structuur en het terras, terwijl ze brede openingen naar het plein en de hellingen toelaten.
Deze doelstellingen van bescherming en duurzaamheid van de werkzaamheden hebben zodoende de oorspronkelijke architectonische doelstelling versterkt.

Tot slot is het volume van het hout dat gebruikt wordt voor de bouw van de “houten kooi” ongeveer 80 m3, wat neerkomt op de opslag van ongeveer 220 ton CO2.

Ruimtelijke functionaliteit van het ontwerp

De “houten kooi” voldoet perfect aan zijn doelstellingen, zoals eerder vermeld:
– Opstijging via hellingen in de periferie, wat achtereenvolgende uitkijkpunten op het plein en de hellingen mogelijk maakt.
– Randpalen bevrijd van de diagonalen, waardoor de ruimte onder de houten kooi maximaal benut kan worden.
– Toegankelijkheid voor fietsers en PBM's - ook al was het nodig om een kleine concessie voor de hellingen te doen die door de stad werd aanvaard.
– kortere wegen door middel van trappen voor voetgangers.
– Dit alles in een zeer compacte ruimte, opgelegd door strenge budgettaire beperkingen.

Circulair materiaalgebruik en de toepassing van lokale materialen

Houten kooi
De elementen van de primaire structuur (palen, balken, diagonalen), evenals de trapbomen van de hellingen zijn gemaakt van gelijmd gelamineerd lorkenhout gezuiverd van spint.
Alle andere gebruikte elementen zijn gemaakt van hout (allemaal gezuiverd van spint) of op basis van hout:
– Het dek is gemaakt van eikenhouten spanten (uit de Franse Ardennen), net als de leuningen en de treden van de trap.
– De dakspanten en de spanten zijn gemaakt van lorken.
– De trapbomen die de trapleuningen vormen, zijn gemaakt van CLT.
Alle montage-elementen zijn gemaakt van gegalvaniseerd of roestvrij staal.
De montage is zo ontworpen dat een lange levensduur van het werk wordt gegarandeerd.

Voetgangersbrug
De voetgangersbrug over de spoorweg is 30 m lang en 3 m breed. Ze is gemaakt van staal, een materiaal dat voor deze functie intrinsieke kwaliteiten heeft die veel beter zijn dan die van hout. Aan de andere kant was het moeilijk om voor de voetgangersbrug een oplossing in hout te bedenken. Die zou regelmatig onderhoud en soms het vervangen van onderdelen nodig hebben. Dit zijn gecompliceerde werkzaamheden die boven de treinsporen moeten worden uitgevoerd.


De materialen zijn gekozen op basis van hun geschiktheid; hout voor de grondverankering, staal voor de luchtkruising.

Comment participer?

Pour le 31.05.2020 à 23h59 au plus tard, un dossier complet doit parvenir aux organisateurs sous forme d’un envoi par Wetransfer à l'adresse e-mail info@bois.be. Les documents nécessaires pour participer aux Belgian Timber Construction Awards 2020 sont :

Les étapes décrites ci-dessous doivent être suivies pour chaque projet individuel soumis. En d'autres termes, un jeu de documents distincts doit être remis pour chaque projet soumis.

L’envoi doit contenir les documents suivants :
1. La fiche projet dûment complétée
2. Les plans et sections (voir détails dans le règlement)
3. Les photos de la réalisation (voir détails dans le règlement)
4. Facultatif : des informations complémentaires (voir détails dans le règlement)

COVID-19
(Mise à jour du 18.05.2020)

En raison de la pandémie actuelle, plusieurs projets n’ont pu faire l’objet d’une réception provisoire. Les organisateurs des BTCA ont dès lors décidé de repousser la date de réception provisoire des pro-jets soumis de deux mois, au 31.07.2020. Le document de réception provisoire signé ainsi que d’éven-tuelles photos complémentaires devront impérativement être transmis pour finaliser la candidature.