Categorie NietResidiëntieleGebouwen

Locatie
Tour & Taxis, Brussel
Opdrachtgever
Extensa Group
Architect
Neutelings Riedijk Architecten, Rotterdam, NL
Bouwkundig ontwerp
Bureau Bouwtechniek, Brussel, BE
Constructief ontwerp
Ney & Partners, Brussel, BE
Stabiliteitsbureau
Ney & Partners, Brussel, BE
Studiebureau energie
Boydens engineering
Bouwheer
Extensa Group
Bebouwde oppervlakte
45.000 m²
Bewoonbare oppervlakte:
48.000m²
Voorlopige oplevering
eerste kantoren in gebruik: november 2019
In welke bouwelementen is hout toegepast?
Constructie nieuwe volumes:
Glulam & Cross Laminated Timber (CLT)
Afwerking gevels, trappen, kozijnen:
Eikenhout
Houtvolume
15.000m³
Documenten
[PDF] 3_1Prix_NRES12_Plans

Gare Maritime
[1e prijs]

Photo credits: Filip Dujardin & Neutelings Riedijk Architects (1–7,10–11), Sarah Blee & Neutelings Riedijk Architects (8), Tim Fisher & Neutelings Riedijk Architects (9)

Architecturale kwaliteit en inplanting

Meerwaarde van het gebouw voor de omgeving
Tour & Taxis is een site van circa 37ha met een exceptioneel patrimonium. De site is gelegen aan het Brusselse kanaal en werd opgebouwd in de periode van 1902 tot 1907. Onderdeel van deze site is het (voormalig) goederenstation Gare Maritime, met een totale oppervlakte van circa 39.000m². De Gare Maritime is opgenomen in de “inventaire visuel de l'architecture industrielle à Bruxelles”.

De combinatie van deze indrukwekkende oude stationshal met een hedendaagse invulling en een vernieuwend werk- en retailconcept maakt van de Gare Maritime een uniek project. Er ontstaat niet alleen een aangename plek om in te vertoeven voor de dagelijkse gebruikers, het project heeft ook de ambitie om uit te groeien tot één van de toeristische trekkers in het Brussels Gewest. De ontwikkeling van de Gare Maritime zal op deze manier ook een belangrijke bijdrage leveren aan de uitbouw van de Tour & Taxis site en aan de ontwikkeling van de gehele Kanaalzone.

Integratie en geschiktheid van het gebouw in sociale, milieu, landschappelijke en economische context
PERFECTE INTEGRATIE IN DE CONTEXT
De nieuwe Gare Maritime zorgt voor meer verbinding met de stad, zowel sociaal als landschappelijk. Het gebouw is publiek toegankelijk, met veel ruimte voor evenementen en ontmoeting.

Het voormalig goederenstation bestaat uit zeven aaneengeschakelde stationshallen. De architectonische opzet van de nieuwe invulling volgt de ruimtelijke logica en maatvoering van deze bestaande historische hallen, met het ritme van spanten en kolommen.
Concreet worden er binnen in het goederenstation twaalf onafhankelijke nieuwbouw volumes gebouwd. Hierdoor ontstaat binnen de hal een structuur van boulevards en straten, van parkjes en pleinen, als een overdekte stad.

Naast de inbouwvolumes worden groenperken, met hoogstammige bomen, en diverse kleine kiosken voorzien die zorgen voor een aangename sfeer.

De flexibele paviljoens kunnen verschillende functies accommoderen, zoals kantoren, ateliers, winkels, showrooms en productieruimten. Ze zijn opgebouwd uit een gelijkvloers, een eerste en een tweede verdieping - de zogenaamde "creatieve zolder"- met onder de nok nog een insteekverdieping. Door de opsplitsing in twaalf afzonderlijke paviljoenen krijgt elk kantoor zijn eigen voordeur en blijft het een project op mensenmaat.

Optimalisatie van de beschikbare bouwoppervlakte in overeenstemming met de stedenbouwkundige regels
Het werken met houten inbouwvolumes was de ideale manier om binnen de historische stationshal de maximaal voorziene stedenbouwkundige oppervlakten te kunnen ontwikkelen.

De houten volumes staan volledig op zichzelf en zijn onafhankelijk van de ingenieuze scharnierende constructie van de hal. De stationshal en de volumes kunnen dus onafhankelijk van elkaar blijven bewegen.

Door gebruik te maken van een houten structuur konden de lichtst mogelijke invulconstructies worden opgetrokken die slechts een zeer beperkte fundering vereisen, hierdoor worden er geen bijkomende belastingen uitgeoefend op de originele baksteenfunderingen van de hal.

Daarnaast werd het bouwproces vergemakkelijkt doordat de verschillende constructieonderdelen geprefabriceerd werden. Deze onderdelen konden door hun beperkte gewicht met kleinere kranen in elkaar gezet worden, wat gezien de beperkte hoogte van de bestaande hal een noodzaak was. De doorlooptijd op de werf was aanzienlijk korter dan bij een traditionele bouw door de uitgekiende engineering op voorhand en door de droge afbouw moest er geen rekening gehouden worden met droogtijden. Zo konden de eerste huurders na slechts 8 maanden bouwtijd (vanaf plaatsen fundering tot en met volledige inrichting) hun 4 500m² kantoor al in gebruik nemen.

Bouwtechnische kwaliteit en het gebruik van innovatieve hout-gebaseerde materialen

Akoestiek
Zelfs na toevoeging van de nieuwbouw inbouwvolumes blijft het open volume binnen de bestaande hallen enorm. Dankzij het gebruik van hout, het vele groen en de toevoeging van kleine kiosken in de hal is de akoestiek in de publieke overdekte stad zeer aangenaam.

Om het akoestisch comfort binnen de inbouwvolumes te waarborgen werd samen met een akoestisch ingenieursbureau (Venac) gezocht naar performante oplossingen. Hierdoor wordt het Breeam-certificaat "Excellent" gehaald. Ook na de ingebruikname worden akoestische testen in de blokken uitgevoerd om het comfort te garanderen.

Brandveiligheid
Wanneer de brandveiligheid van dit atypisch gebouw vanuit een regelgevende context wordt benaderd, zijn er enkele specifieke uitdagingen. Het is al niet evident om een industriële hal uit het begin van de 20e eeuw om te vormen tot een publiek toegankelijk gebouw. De toepassing van hout als primair bouwmateriaal voor de nieuwbouwvolumes doet er nog een schepje bovenop. Vanuit brandtechnisch standpunt is hout een vrij nieuw bouwmateriaal en vertrouwde brandattesten zijn vaak niet geldig bij een houten ruwbouw. Samen met een fire safety engineer (FPC) is een volledig brandveiligheidsconcept uitgewerkt.

In het bestaande dak zijn RWA-luiken voorzien. De bestaande structuur is grotendeels brandwerend beschermd.

De verschillende bouwkundige elementen van de inbouwvolumes zijn uitgewerkt in een samenspel tussen overbemeten secties van het hout en transparante brandwerende afwerkingslagen. De uiteindelijke structuur is het resultaat van een brandtest in het labo van Luik, waaruit de optimale balans is voortgevloeid. Voor technische doorvoeren en bouwkundige aansluitingen zijn in samenwerking met ISIB details ontwikkeld waarbij de houten structurele elementen in de gebruiksruimtes zichtbaar blijven. In de technische ruimtes en kokers, waar de eisen hoger liggen, is het hout bekleed met brandwerend plaatmateriaal. Dit komt ook de akoestiek ten goede.

De hal, als 1 groot brandcompartiment, is voorzien van een detectiesysteem. De inbouwvolumes zijn voorzien van subcompartimentering t.h.v. de verdiepingsvloeren en centrale kern en van een sprinklersysteem. Vluchten kan steeds langs beide kanten van een gebouw, waardoor er steeds 1 zijde rookvrij zal zijn.

Structuur (optimaal gebruik van materiaal)
De gehele constructie is opgetrokken uit hout: een glulam column-beam-structuur, met de kernen in CLT. De collaboratieve ribbenvloeren bestaan uit CLT die op glulam ribben worden geschroefd. Deze maakt het niet alleen mogelijk om grotere overspanningen (tot 8,4 m op het project) te realiseren en tegelijkertijd het houtvolume te optimaliseren, maar draagt ook bij aan de demonteerbaarheid en daarmee aan het circulaire karakter van de constructie. Er is veel zorg besteed aan het ontwerp van de verbindingen door middel van verborgen metalen verbindingsstukken, zodat alleen het hout zichtbaar blijft. Het project werd volledig in 3D gemodelleerd en gecoördineerd met behulp van BIM. Het interne volumeproject in het Gare Maritime bestaat uit 9.000m³ constructiehout, waarvan 3.000m³ glulam en 6.000m³ CLT. Daarmee is het op dit moment qua volume het grootste gerealiseerde CLT-project in Europa.

Energetische performantie
De Gare Maritime wordt een overdekt stadsdeel waar het goed toeven is, met groene zones onder de monumentale stationskappen, in een aangenaam getemperd klimaat dat de seizoenen volgt. Bovenop de volledige dakstructuur van de historische hal zijn sandwichpanelen gelegd die zorgen voor een performante isolatielaag en die de waterdichting garanderen. De hal vormt zo de thermische schil. Ook de nieuwbouw inbouwvolumes zijn voorzien van thermische isolatie voor het comfort. De inbouwvolumes zijn uitgerust met een warmtepomp die gebruik maakt van een geothermisch grid met bronpalen tot 180m diep die in de hal zijn geboord.

De hal zelf wordt niet actief verwarmd. In de winter wordt ze evenwel opgewarmd via de vele lichtstraten en de warmteverliezen van de inbouwvolumes. In de zomer zorgen opengaande delen voor voldoende ventilatie.

De gevels aan de Picardstraat zijn voorzien van zonnecellen. Op de hoogste daken komt een totaal oppervlak van 16.000 m2 aan zonnepanelen, goed voor een productie van 3,4 MWp groene stroom per jaar.

Bioklimatisme

De hal wordt grotendeels open gehouden en is daarmee ook geschikt voor publieke evenementen. Om dit te kunnen faciliteren zijn voorzieningen getroffen zoals verzinkbare energietorens.

Voor de inbouwvolumes wordt gebruik gemaakt van een modulair plan, hoge ruimtes en een afgescheiden centrale circulatie per gebouw met het oog op een veranderlijke (functie-)indeling. De modulaire elementen met steeds dezelfde maatvoering verhogen de compatibiliteit en de mogelijkheden voor hergebruik.

Inclusief de funderingen is er voor de ruwbouw van de inbouwvolumes 413kg/m² aan materiaal gebruikt. Hiermee halen we een GWP (global warming potential) van 72,5kg CO2eq/m². Ter vergelijking: in beton zou het project 5x zwaarder zijn, met een GWP van 320kg CO2eq/m². De keuze voor hout leidt tot een besparing van 12.500 ton CO2eq. Deze besparing komt overeen met het aanplanten van 200.000m² bos dat voor 60 jaar beheerd wordt.

Voor de eiken bekleding en afwerking is vanzelfsprekend gekozen voor hout uit duurzaam bosbeheer. Het gebruikte hout is gelamelleerd, en is dus samengesteld uit kleine massieve stukjes. Hierdoor is de hoeveelheid hout dat verloren gaat in het productieproces minimaal.

Ruimtelijke functionaliteit van het ontwerp

De Gare Maritime bestaat uit drie grote en vier kleine aaneengeschakelde stalen stationskappen, die dateren uit het begin van de twintigste eeuw. Het enorme gebouw is circa 280 meter lang, 140 meter breed en de hoogste kap is 24 meter hoog. Onder de bestaande kappen worden twaalf afzonderlijke bouwblokken geplaatst, die gezamenlijk het nieuwe programma van ruim 45.000 m2 herbergen. De nieuwe invulling volgt de ruimtelijke logica en maatvoering van de historische hallen, met het ritme van spanten en kolommen. Hierdoor ontstaat een structuur van boulevards en straten, van parkjes en pleinen. Enkele monumentale ‘kruistrappen’ verbinden als eyecatchers de afzonderlijke bouwblokken.

Centraal in het gebouw blijft een monumentale overdekte ruimte open voor publieke evenementen. Geïnspireerd op de ‘Ramblas’ is aan weerszijde van de evenementenruimte een aangename groene wandelboulevard gemaakt. De boulevards zijn zo breed (16 meter) dat hier royale groenzones gerealiseerd kunnen worden met hoogstammige bomen die zorgen voor een aangename groene atmosfeer.

Circulair materiaalgebruik en de toepassing van lokale materialen

Het project zet in op de duurzame renovatie en het opnieuw activeren van de hallen, getuige het BREEAM Excellent certificaat.

De herbestemming van een historisch goederenstation naar een multifunctioneel gebouw is al een sterk signaal op zich op vlak van circulariteit.

De historische structuur is hierbij volledig nagekeken en versterkt waar nodig. Enkel datgene wat niet voldoet is vervangen of hersteld. Zo kon bijvoorbeeld de houten beboording van de dakkappen voor 90% behouden blijven.

Naast de structurele elementen is ook het schrijnwerk op eenzelfde manier behandeld: in het bestaand stalen schrijnwerk is het enkel glas vervangen door dubbel, de centrale houten toegangspoort is geschuurd en rotte stukken hout werden vervangen en opnieuw geolied.

Voor de aanleg rond de inbouwvolumes in de hal worden de aanwezige kasseien, de blauwe hardsteen en de houten spoorelementen ter plaatse opgeslagen, bijgewerkt en hergebruikt.

De keuze voor een constructie in CLT en afwerking in eik (FSC), beide lichte en nagroeibare materialen van Europese afkomst, zorgt voor een grote reductie van de hoeveelheid cement. De inbouwvolumes zijn geconstrueerd aan de hand van een droge bouwmethode. De structurele elementen kunnen dus opnieuw uit elkaar gehaald worden. Bovendien blijven de structurele elementen (CLT) grotendeels in het zicht, waardoor ze zuiver worden gehouden.

Comment participer?

Pour le 31.05.2020 à 23h59 au plus tard, un dossier complet doit parvenir aux organisateurs sous forme d’un envoi par Wetransfer à l'adresse e-mail info@bois.be. Les documents nécessaires pour participer aux Belgian Timber Construction Awards 2020 sont :

Les étapes décrites ci-dessous doivent être suivies pour chaque projet individuel soumis. En d'autres termes, un jeu de documents distincts doit être remis pour chaque projet soumis.

L’envoi doit contenir les documents suivants :
1. La fiche projet dûment complétée
2. Les plans et sections (voir détails dans le règlement)
3. Les photos de la réalisation (voir détails dans le règlement)
4. Facultatif : des informations complémentaires (voir détails dans le règlement)

COVID-19
(Mise à jour du 18.05.2020)

En raison de la pandémie actuelle, plusieurs projets n’ont pu faire l’objet d’une réception provisoire. Les organisateurs des BTCA ont dès lors décidé de repousser la date de réception provisoire des pro-jets soumis de deux mois, au 31.07.2020. Le document de réception provisoire signé ainsi que d’éven-tuelles photos complémentaires devront impérativement être transmis pour finaliser la candidature.